Zeitoun

Van Dave Eggers vorig jaar ‘Wat is de wat?’ gelezen en daarvan was ik xe9rg onder de indruk. In dat boek vertelt hij het levensverhaal van een vluchteling uit Zuid-Soedan. In dit boek, dat hij enige jaren daarna schreef, vertelt hij over Zeitoun, een Amerikaanse Syrixebr uit New Orleans voor, tijdens en na de storm Katrina in augustus 2005. Voor mij was dit boek een pageturner; een ontluisterend boek dat mij eigenlijk nogal kwaad maakt op dat malle, rare land, de VS van Amerika. Het bijzondere is, dat Eggers opxa0ontluisterendZeitoune wijze “de Amerikaan” blootlegt, terwijl je door het hele boek blijft voelen, hoezeer dit toch ook een Amerikaans boek is. Dat werkt hoe dan ook toch wat vervreemdend.
Overigens vermoed ik, dat de gemiddelde Europese lezer Amerikaanser is dan ik en er hier dus totaal geen notie van neemt; het niet eens in de gaten heeft. En, ook hoe dan ook: Zeitoun had en heeft zo’n haat/liefde-verhouding met de VS: je zou denken: als je zo gruwelijk bent behandeld als hij, dan wil je nooit meer in zo’n land zijn, laat staan er wxf3nen.
(Ach, ik zeg altijd maar weer, samen met Henk Westbroek in het liedje ‘Belgixeb’: ‘dat land bestaat niet echt’.)

Maar nee, zo werkt het dus niet.
Zeitoun blijft na de storm in de stad, hoewel er eigenlijk sprake is van verplichte evacuatie. Maar hij denkt goede dingen te kunnen doen en hij doxe9t dat ook: hij redt mensen uit hun overstroomde huizen. Maar dan wordt hij door politie- en legermensen opgepakt, aangezien voor een plunderaar, krijgt twee weken lang gxe9xe9n ruimte om ook maar iets te vertellen of om ook maar met iemand contact op te nemen, wordt opgesloten en mishandeld, uit naam van de overheid. Verschrikkelijke discriminatie komt er bij kijken: hij wordt direct maar aan Taliban en El Qaida gekoppeld. Je komt zxf3veel verschrikkelijk sadisme tegen, waarvan je geleidelijk merkt en voelt, dat dit “gewoon”xa0in het algemene systeem van die Amerikanen zit, zo vol van vooroordelen en agressie; oh, je wordt daar zxf3 boos van!
Jawel, ik ga daar ver in: juist deze weken wordt duidelijker en duidelijker, dat we aan de allerlaatste fase van de VS-wereldhegemonie toe zijn. En ik denk (lekker simpel, I know): laat het maar eens gebeuren! Ik ben wel nieuwsgierig naar de komende wereldorde. Zullen de Chinezen dan zoveel erger zijn dan de Amerikanen?!

Geleidelijk dringt ook tot je door, dat Zeitoun’s verhaal exemplarisch is: wat een verschrikkelijke chaos is het geweest na ‘Katrina’. Is echt niet te filmen. Tussendoor lees je dat ze de concentratiekampen al in een paar dagen neergezet hadden, vxf3xf3rdat er nog maar sprake van was, dat er zoveel mensen opgepakt zouden (moeten) gaan worden. Alsof er een volksdeel is, autoriteiten en militairen en politie, die handenwrijvend deze inlandse staat van oorlog al voorzag: kunnen we eens fijn in noodtoestand, zonder verklaring, erop los arresteren, beledigen, psychisch en fysiek molesteren, onteren, etc.
Eggers heeft inmiddels zowel voor Soedan- als voor New Orleans-slachtoffers stichtingen en belangengroepen op poten gezet. En er is dit jaar een film (animatie) van dit boek gemaakt, geproduceerd door Jonathan Demme.

Hoendiepskade

Hoendiepskade-oud1 Dit voorjaar fietste ik aan de andere kant van de Hoendiepskade, de Aweg, en zag ik aan de overkant een echte jaren 70- of 80-scene: een totaal verwaarloosd pand, met soms al hout voor de ramen, met spandoeken boven uit de open ramen, en met verfomfaaide jongelui met biertjes in de hand uit het raam hangend. Op de spandoeken teksten xe0 la: "kraken is een recht"; "wij laten ons niet uitzetten".
Ik overwoog een foto te maken, maar had allemaal zware boodschappen aan mijn fietsstuur hangen; het was wat lastig en ik liet het moment schieten.

Hoendiepskade-nieuw1 Had ik korte tijd later spijt van, want… een paar weken later waren de krakers en de spandoeken weg en stonden er al stellingen tegen het pand aan.
En nu, nog maar koud een maand of 4 verder: het hele pand is totaal opgeknapt, heeft zelfs een nieuwe kleur gekregen. Sjonge, dat kan snel gaan! Als in de roerige kraakjaren die huizeneigenaren ook zxf3 hadden doorgepakt, dan hadden de krakers nooit zo'n lange adem en soms ook laatste woord gehad.

Online toch nog een foto gevonden van hoe het pand er vier maanden geleden uitzag. Leuk om de vergelijking zo in xe9xe9n oogopslag te zien.

Dalyan – Turkije

Koningsgraven Inmiddels ben ik alweer een dag of vijf thuis uit Turkije, waar we met z'n zessen (vriendin, dochters xe9n twee vriendinnen van dochters) een week doorbrachten in Dalyan, in Villa Duran.
Dalyan kennen we van twee keer eerder een vakantie (beide 2 weken, in 2007 en 2009. In Villa Duran verbleven we niet eerder, maar we kenden het wel. Twee jaar geleden waren we maar zeer matig tevreden met het pension van toen: het was ongezellig in Ali Baba. Terwijl we twee jaar dxe1xe1rvoor zo'n geweldig leuk pension hadden, ook in Dalyan. (Klik daarvandaan ook door naar Bakkhos en Emel: we hebben al heel wat leuke plekjes in Turkije gevonden!)
Markt koycegiz We zijn niet voor niks voor de derde keer naar Dalyan geweest: het is een geweldig mooie plek in Turkije. Ik noem het altijd wat overdreven 'het Terschelling van Turkije'. Dat heeft te maken met de aanwezigheid van water. Nee, niet gewoon een verzengend strand en een prachtige uitgestrekte zee er achter (ook mooi). Dalyan ligt aan een meanderende rivier vol met rietkragen en onder berghellingen met Hellenistische koningsgraven tussen de zee (met prachtig strand) en een meer (Koycegiz). Plataan bij watervalrestaurant In Dalyan is geen hoogbouw, want het is een beschermd natuurgebied, voornamelijk vanwege de reuzenschildpadden die er zitten. Dalyan leeft wel helemaal van het toerisme, maar het is een sympathieke vorm van toerisme. Als je door West-Terschelling loopt, dan gaat het ook helemaal over het toerisme. In Dalyan op vergelijkbare wijze. Ten opzichte van Kusadasi, Marmaris of Bodrum (ik ken alleen eerstgenoemde) is het kneuterig en klein. Heerlijk dus.

Villa Duran bezochten we twee jaar geleden op een middag nadat we mensen ontmoetten, die er verbleven. Daar werden we toen wel wat gedeprimeerd van: wat een verschrikkelijk leuk en gezellig hotel-pension! Een rond zwembad met een poolbar erbij. Geen kwetterende kinderen (zwembadgeluiden). Wel ontspannen mensen met een biertje of rose'tje; crossover-half Turkse muziek, niet te luid, uit de boxen. Een gezellig huis van drie verdiepingen met allemaal appartementjes om het zwembad heen. Ah, hixe9r hadden we moeten zijn! Maar wij moesten weer terug naar het ongezellige Ali Baba (toen dus), in een buitenwijk.
Tlos Villa Duran wordt gedraaid door drie broers: xdcnal, Osman en Evren. (Achternaam Duran. xdcnal's zoontje heet van voren ook Duran. Dat levert nog eens een bijzondere naam op!) xdcnal beheert de boot. Met deze boot zijn we een dagje de zee op geweest (snorkelen, zwemmen, barbecue) en een dagje het meer op geweest (naar de markt in Koycegiz, zwemmen, barbecuen en ook naar de thermische baden aan de oever van het meer). Precies de uitjes, die we 2 jaar geleden en 4 jaar geleden ook al maakten. Dat zijn geweldige dagen! Zo'n dag kost je slechts zo'n x8025 per persoon!

Uitzicht over zee Dochters en vriendinnen gingen 's avonds meest de stad in. Er zijn barretjes te over. Ze kwamen meerdere keren pas tegen de ochtend weer terug. Helemaal vertrouwd in Dalyan.
We zijn ook nog een dag met de bus (Osman verzorgt de land-dagtochtjes; Evren beheert het pension en bemenst de poolbar) naar Tlos en Saklikent geweest. Tlos is een oude Hellenistische stad, althans de overblijfselen ervan. Saklikent is een canyon van 18 kilometer lang. Een prachtige smalle kloof, waar een rivertje doorheen gaat. Canyon saklikent Je kunt er een heel eind in doorwandelen. Wel aardig toeristisch, maar zeer de moeite waard om te zien en doen. Aan de onderkant komt er veel meer water uit de bergen bij en gaan veel mensen op een grote opgeblazen band uit raften: zo'n 5 kilometer naar beneden. (Hebben wij overigens niet gedaan.)

Deze keer dus maar xe9xe9n week naar Dalyan. Het was ook de 'extra vakantie', samen met de dochters. Zij zijn verliefd op dit plekje: ik zie ons er toch wel nxf3g eens naartoe gaan, misschien wel weer met dochters (al zullen die dan wellicht al de 20 jaar zijn gepasseerd! ;-) .
Over xe9xe9n week gaan we samen (vriendin en ik) voor dag of 16 weg. Bedoeling is Ierland, met camperbus. Maar als de weersvooruitzichten blijven wat ze nu zijn, dan wellicht toch een andere kant op.

Wij

Wij zamjatin

In februari stond er een uitgebreid artikel ("In gelukzalige staat van onvrijheid") in de NRC over de roman 'Wij' van Jevgeni Zamjatin. Ah, Zamjatin!, ik sprong bijna op van mijn stoel in de trein! Toen ik 19 of 20 was las ik dit boek. Ik las het toen ook 2x direct achter elkaar en dat heb ik daarvoor en daarna nxf3xf3it gedaan! Het is altijd in mijn kast blijven staan, ik heb het gekoesterd (en nog nxf3xf3it bij iemand anders gezien), maar ik heb het nooit weer opnieuw gelezen.
Daar was, na het lezen van het artikel, toch ineens weer een flinke aanleiding toe. Het artikel hing ook samen met een heruitgave van het boek. Ik nam het mee naar Turkije, vorige week, en las het gisteren uit. Tjsongejonge, wat een meesterwerk is het (terwijl ik een bxe9xe9tje vreesde, dat het een glimlachjeugdherinnering kon worden)!

Nog weer even op internet gekeken naar informatie over 'Wij'. En dan lees je wel, wat voor belangwekkend boek het was en is. Het is geschreven in 1920 in het roerige Rusland, waar werd gezocht naar een compromis tussen het mooie en het lelijke communisme; tussen het haalbare en onhaalbare communisme. Uiteindelijk kreeg Zamjatin ook veel problemen in Rusland en mocht 'Wij' niet worden uitgegeven aldaar. De laatste jaren van zijn leven sleet hij in Duitsland en Frankrijk.
"Jee, jij hebt een eerste druk!", zei iemand mij, vorige week, op een boottochtje in Turkije. Een medetoerist vertelde toen, dat hij het boek ook aan het lezen was; hij had de nieuwe uitgave gekocht. Het kon best eens zijn, dat ik een collector's item in mijn bezit heb: de originele uitgave uit 1970.

'Wij' is het dagboek van D-503, verteld vanuit een maatschappij zo'n 1000 jaar in de toekomst t.o.v. 1920. (Het is ook een belangrijke inspiratie geweest voor Huxley en Orwell; de eerste echt dystopische roman.) Hij vertelt als wiskundige en bouwmeester van de 'Integraal' over de ideale maatschappij, waarin hij een radartje is in een magnifiek systeem. Deze Integraal is een ruimtevaartuig, dat weldra op verkenning zal gaan buiten de Aarde om deze ideale maatschappij verder te brengen.
Maar hij is nog maar koud begonnen met zijn dagboek of er gebeuren dingen met hem, die hij zelf niet vatten kan: de "mens" in hem wordt wakker gemaakt. En dat komt doordat hij verliefd wordt: een gevoel dat helemaal niet bestaan kan in zijn wereld. Dat is ook het bijzondere: D-503 ziet het ook als een ziekte, maar hij geeft wel, met volle overgave, toe eraan (zo gaat dat met liefde: hij kxe1n niet anders!). En ondertussen kan hij verder met het idealiseren van zijn wereld, want het is tenslotte slechts een ziekte.
De vrouw op wie hij verliefd is, gebruikt hem echter alleen: zij heeft hem, als bouwmeester van de Integraal, nodig voor een revolte tegen deze ideale maatschappij, die natuurlijk een grote manipulatie-dictatuur is (ja, in de meest perfecte vorm).
Aan het einde van het verhaal heeft ook D-503 de 'grote operatie' ondergaan: zijn fantasie is eruit gesneden. De revolutie lijkt te zijn verijdeld en D-503 is weer helemaal xe9xe9n met het systeem.

Zo verteld lijkt het een eenvoudig verhaal. Ergens is dat ook gewoon zo. De kracht van het werk zit 'm in de psychologische kant: hoe worden de motieven beschreven; hoe diep gaat D-503 in het graven in zichzelf, terwijl hij daar de middelen niet voor heeft. Dan voel je, dat je met een ongelooflijke romanticus te maken hebt, die een gigantisch gevecht levert tegen het aangeleerd en opgelegd autisme van staatswege. Het is gewxe9ldig om dat te lezen.
Ik heb in het boek al dertig jaar geleden veel kantlijn-aantekeningen gemaakt. Soms staat er ook gewoon 'schitterend!' bij wat accolades bij een alinea. (In een handschrift, waarin ik nauwelijks nog het mijne kan herkennen! ;-)
Nu ook is het nog treffend om enige van deze frases aan te halen, want ze zetten op grandioze wijze je natuurlijke perceptie op zijn kop:

Blz. 7: "Nee, dan de hemel! Diepblauw, door geen enkel wolkje ontsierd (hoezeer hadden de Ouden toch een barbaarse smaak, dat die onzinnige, rommelige, dom-botsende klompen damp hun dichters konden bezielen!)."

Blz. 14: "Wij allen hebben nog als kind, op school, in dat voortreffelijkste van alle tot ons gekomen monumenten der oude literatuur gelezen: 'Dienstregeling der Spoorwegen' heet het."

Blz. 18: "Zij konden slechts scheppen, wanneer zij zich hadden opgevijzeld tot aanvallen van 'inspiratie', een ons onbekende vorm van epilepsie."

Blz. 54: "De hemel.. (..) De Ouden wisten dat daar hun hoogverheven, verveelde scepticus: God zat. Wij weten dat daar het kristalblauwe, naakte, onbetemelijke niets is. (….) Kennis die absoluut ervan overtuigd is dat zij onfeilbaar is, is geloof."

Blz. 79: D-503 is naar het Medisch Bureau gegaan: "'Uw zaak staat er slecht voor! Het laat zich aanzien, dat er zich een ziel in u gevormd heeft.' Een ziel? Dat vreemde, klassieke, sinds lang vergeten woord. Wij spraken soms nog van 'xe9xe9n van ziel en geest', 'zielloos' (…..), maar een ziel…. nee!"
Daarna:
"Luistert u eens: zoudt u geen toestemming willen geven…. u op sterk water te laten zetten? Dat zou voor de Vereende Staat buitengewoon…. dat zou ons helpen een epidemie te voorkomen."

Blz. 111: "Een seconde keek ik naar haar met de overschillgheid van een buitenstaander, zoals iedereen: zij was niet langer een nummer: zij was slechts een mens, zij bestond slechts in de hoedanigheid van een metafysische substantie van de belediging, de Vereende Staat aangedaan."

Blz. 113: "Maar immers: bewust zijn van zichzelf, de eigen individualiteit beseffen, dat doen slechts een oog met een vuiltje erin, een zwerende vinger, een rotte kies; want voor een gezond oog, een gezonde vinger of kies, is het of ze er zelf niet zijn."

Blz. 120: "Uiteraard lijkt het niet veel op de wanordelijke, ongeorganiseerde verkiezingen bij de Ouden, toen (het klinkt gek) zelfs het resultaat van de verkiezingen alleen al, van tevoren onbekend was. Een staat te bouwen op volkomen ongesommeerde toevalligheden, blindelings: wat kan er onzinniger zijn dan dat?"

Blz. 141: "De mens is als een roman: tot op de laatste bladzijde weet je niet hoe het zal aflopen. Anders had het geen enkele zin die te lezen…"

Blz. 156: "Maar dat is niet uw schuld: gij zijt ziek. De naam van deze ziekte: fantasie. Dat is een worm die zwarte rimpels uitknaagt op het voorhoofd. Dat is een koorts die u ertoe drijft steeds verder te vluchten, schoon dat 'verder' ook daar mocht aanvangen waar het geluk te einde loopt. Dat is het laatste obstakel op de weg naar het geluk." 

Taal zonder mij

Taal zonder mij

Herman de Coninck overleed op 53-jarige leeftijd in 1997. Hij was in Vlaanderen xe9xe9n van de belangrijkste literaire gezichten. En ook in Nederland was hij vooral bij poxebzie-liefhebbers bekend. Ik las een jaar of twintig geleden al zijn gedichten; hij was xe9xe9n van mijn favoriete Nederlandstalige dichters. Hij schreef in mooie ronde taal, met veel ruimte voor herkenning, verplaatsing in de ander; taal die je wat lichter doet voelen in plaats van wat zwaarder, ondanks de diepgang.

Kristien Hemmerechts, van wie ik lang geleden eens een boek las dat me totaal niet bekoorde, waarna ik ook een een lichte tegenzin ontwikkelde als ik met haar werd geconfronteerd, was de laatste negen jaar van Herman's leven zijn partner. En was vijf jaar met 'm getrouwd.
'Taal zonder hem' schreef ze in het jaar na zijn plotselinge dood. Ik weet niet of het zo bedoeld is, maar het is een hommage aan Herman, waarin zijn leven – wie en hoe hij was – heel mooi vervlochten wordt in het veelvuldige aanhalen van zijn poxebzie.
Ik heb dit boek ademloos gelezen; weet nu dat misschien haar eigen boeken/fictie niet voor mij bestemd zijn, doch dat ook zij iemand is om heel hoog te achten: als je zo over je leven en je liefde kunt schrijven, dan ben je een bijzonder mens.

Beide hadden ze (hoewel pas 32 en 44 jaar oud) al een heftig leven achter de rug, toen ze samen een relatie kregen: De Coninck was zijn vrouw verloren met een auto-ongeluk; Hemmerechts was twee kinderen verloren en gescheiden. Samen leefde ze een erg literair leven; zij werkt ook aan de universiteit; hij is hoofdredacteur van een literair tijdschrift. Ze wonen in een groot huis buiten de stad met haar kind (zijn kind was al volwassen). Ze hebben een brede wereld van vrienden om zich heen; leven een mooi leven, hoewel ook duidelijk wordt, dat een relatie tussen 2 zulke grote ego's niet altijd makkelijk is.
De Coninck leeft wel fysiek op het randje van houdbaarheid: dagelijks grote hoeveelheden alcohol. Alcohol zonder dronkenschap; alleen maar continu zo'n beetje doordrinken, als way of life. En daarnaast een enorme intellectuele productiviteit. Je ziet het voor je: als er niet geschreven werd, dan werden er wel eindeloze bomen opgezet, gediscussieerd tot diep in de nacht. Tegelijkertijd xf3xf3k een lowbrow-leven: gek zijn op voetbal en op kijken naar Hollywood-films met je dochter.

In mei 1997 was hij met allemaal bekende schrijvers onderweg naar een literair festival in Lissabon. Daar is hij zomaar op een stoep in elkaar gezakt, in bijzijn van Anna Enquist en Hugo Claus, en overleden. Waarschijnlijk ook deels gevolg van op fysiek niveau flinke zelfverwaarlozing. In Vlaanderen sloeg zijn dood in als een bom. En ikzelf weet ook nog heel goed dat ik het bericht vernam op het journaal.

Ik heb geen passages onderstreept in 'Taal zonder mij', zoals ik dat vaak doe. Ik las het boek aan de rand van een zwembad in Turkije. Vind het altijd een aparte sensatie om zo in twee totaal gescheiden 'werelden' tegelijkertijd te "zijn": ondubbelzinnig ontspannen met biertje en gekeuvel bij zwembad; regelmatig boek wegleggen en verfrissen; daarna onopgedroogd het boek weer gepakt… En daarnaast: intens meegevoerd worden in het leven van De Coninck en Hemmerechts.
De laatste tien jaar houd ik me nauwelijks bezig met het lezen van poxebzie. Dat zou ik wel weer eens mogen doen, want sjonge, wat blijven veel van de gedichten van De Coninck speels, intens, diep en echt leesbaar tegelijk. Ook voor een niet zo highbrow-lezer als ik. Daarom nu alleen nog maar een mooi gedicht van hem, geschreven na de dood van zijn vrouw:

ik zie je nog altijd liggen, je vingers
smal en paars als asperges,
deze hele bleke stille vorm van jezelf-zijn
die je altijd al wel had,
een streepje gestold bloed uit je mond:
niks-zeggen was ook vroeger jouw manier
van gekwetst-zijn, ik denk: sluit nu maar
je ogen, kom, ik zal je helpen -

dit is al wat ik nog kan doen:
dit niet-meer-weten-wat-zeggen
en het zeggen

Die laatste strofe is echt Vasalis-achtig, vind ik zelf: kan zo op een rouwkaart.
Hemmerechts schrijft over dit gedicht, ook erg mooi: 'het is een tekst waarvan het misschien belangrijker is dat hij bestaat dan dat hij gelezen wordt.'

 

De Voorzitter

De voorzitter

(Even de 'gelezen boeken' bijwerken. Ben week op vakantie geweest namelijk. Daarover weldra trouwens ook nog wat info op dit weblog…)
De Voorzitter is een oudje van Giphart, dat ik nog niet had gelezen. Trof het op een boekenstapel bij een bazar voor xe9xe9n euro; een exemplaar dat uit de bibliotheek van Baflo komt! ;-)
Het is een schertsromannetje (150 blz.) over de voetbalwereld. Om preciezer te zijn: over de voorzitter van een regionale eredivisieclub. Misschien dat iemand als Karel Aalbers ervoor figuur heeft gestaan. Waarschijnlijk een compilatie van de voorzitters van de laatste decennia. Zo'n personage dus. Giphart bedankt in het boek de hele redactie van Hard Gras en ook expliciet mensen als Hugo Borst: mensen die de wereld van profvoetbal xe9rg goed kennen. Ik wil graag aannemen, dat de feiten hevig 'over the top' zijn, doch dat de kern op de realiteit is gebaseerd: dit soort praktijken bestxe1xe1n, dat geloof ik gerust.

Natuurlijk ben ik redelijk 'van de naxefeve' (dat koester ik ook), maar dan nog: het vliegt mega de bocht uit, hoe plat, hoe lelijk deze wereld in elkaar steekt. Wat dat betreft deed het verhaal ook een beetje iets met me, wat ook 'De Zaak Kooistra' deed: nxf3g wat schellen vallen van je ogen!; nxf3g wat meer cynisme mag leidend zijn bij de dagelijkse perceptie van specifieke omgevingen van mannetjesmakerij. Zie je zo'n Michael van Praag op TV, dan zie je een 'vader'-figuur, een redelijke man. Zelfs v.d. Herik kon ik altijd met een beetje moed nog serieus nemen (hoe naxefef). En in de huidige tijd geldt dat voor Munsterman van Twente: die man lijkt toch xe9cht voor integriteit te staan. Dan denk ik meer: nee, jongen, niet altijd zo cynisch zijn!
Maar ja, aan de andere kant heb je ook een Scheringa….

In 'De Voorzitter' vertelt voorzitter Brons van de club Bandstad over zijn ervaringen, die leiden tot zijn eigen ondergang (vergelijk Kooistra). Hij beschrijft dat hilarisch, zonder een enkel blad voor de mond te nemen. Dat hoeft ook niet, want hij is (volgens hemzelf) ook God zelf (bij wijze van spreken): de hele wereld is xe9xe9n grote bende om te naaien. "Zo zit het leven nu eenmaal in elkaar", is zo'n beetje het motto. Pakken wat je kan en ga alleen voor je eigen belang (net als ieder ander die daar slim genoeg voor is; de rest is dom klootjesvolk en hoef je alleen maar rustig te houden).
Wat eigenlijk het meest onthutsend is (en dat bexefnvloedt je blik op de a.s. voetbalcompetitie toch een beetje): hij bepaalt xe1lles; de trainer heeft helemaal niks in te brengen. Hoe schrikbarend weinig nagedacht wordt over beleid, over aankopen; het is alleen maar rasopportunisme. En dat gaat dan over miljoenen. Zou het zxf3 erg zijn?, denk ik dan telkens.
Gelukkig maar, dat alles uiteindelijk verschrikkelijk in elkaar flikkert. Een heerlijke glimlachroman, geschreven door de echte Giphart: een venijnig verteller met talent voor uitvergroten.
Ik citeer de eerste alinea van het boek, want ik vind dat een geweldige trekker om door te lezen. Brons vertelt:
"De mensheid bestaat voor 95% uit gnagdoen. Uit kleine mensjes die ademen en dat leven noemen, uit kabouters. Hun ademstootjes zijn te zwak om iets van belang te kunnen presteren. Wanneer de meeste mensjes in de seconden voor hun dood over hun schoudertjes kijken en terug in de tijd worden geflitst, zijn ze overbodigheid, petieterigheid, vermorsing, bospaddestoelen, kabouterhuisjes. Van kind af aan bezit ik een kabouterdetector. Als ik een ruimte betreed zie ik automatisch overal virtuele kaboutermutsjes vrolijk op en neer huppen. Daar staan ze, de mieze, afgunstige, laffe, bange, voorzichtige, kleinzerige, kleinzielige, immer verliezende bijna-mensjes. Het zijn de smurfen voor wie de wereld draaiende wordt gehouden.
Jij ook. Jij bent ook een kabouter……. "
(En dat zegt-ie dan tegen de journalist die (kennelijk) bezig is een reportage/boek over hem te maken. Hoewel het verhaal louter zijn verhaal is, is de enscenering zo, dat het een groot interview van hem lijkt.)

De Zaak Kooistra

De zaak kooistra

Hier in Groningen zijn we min of meer opgegroeid met Kooistra. Heel regelmatig verscheen er wel weer nieuws over hem. Meestal in relatie tot gefailleerde uitbaters van kroegen in de stad, vooral aan de zuidwand van de Grote Markt. Op een min of meer automatische piloot vorm je een beeld van zo'n man. In elke stad heb je van die megalomane lokalo's; de kleine keizers van de lokale of regionale middenstand. In zijn 'methode' (simpel en effectief) had ik me echter nooit verdiept. En al lang geleden dacht ik op een redelijk latente wijze over de door Kooistra misdeelden: dan moet je ook maar geen zaken doen met de man, klojo!

Hij had, dat wordt wel duidelijk uit dit boek, helemaal geen directe nood om txe9 ver te gaan in zijn zaken: hij had het gerust 'leuk kunnen houden' en toch een zeer welgesteld leven kunnen leiden. Maar daar ging het hem (aanvankelijk in ieder geval niet; later, vooral door zijn nare echtgenoot, geleidelijk steeds meer wel) dus niet om! En dat is ook de kern van dit boek: het is helemaal niet het verhaal van hoe een zakenman (op een lelijke wijze) zijn zaken doet. Hoevaak ook geldt, dat ik regels skipte omdat ze teveel gingen over de regelarijen en kongsies tussen de ene gladjakker en de andere, ten diepste is dit een psychologisch verslag dat peurt naar de kennelijke onvermijdelijkheid die ten grondslag ligt aan de buitenproportionele inhaalpraktijken van deze (of "zo'n") meneer. Het gaat niet om geld, maar om macht. En, daarmee verbonden: ook de kennelijk overmijdelijkheid, dat zoveel horeca-uitbaters telkens weer in zijn val trapten. En dat is erg fascinerend om te lezen.

Enige kernfeiten: Sjoerd Kooistra was wel een hxe9le grote asshole. En zijn nicht-echtgenoot is een zeer platvloers,vals en inhalig heerschap, dat optimaal gebruik maakte van xe9n Kooistra's kant als inhalige zakenlul xe9n Kooistra's kant als afhankelijke liefdespartner. Nee, helemaal niemand hoeft medelijden te hebben met het tragische einde van Kooistra. Het aardige is ook, dat helemaal niemand dat heeft: alle mensen uit Kooistra's buurt, zelfs degenen die hem tot het einde steunden, tonen feitelijk niets van 'medelijden'. Ze gaan nog niet zover, dat ze (eerlijk) vertellen, dat het om opportunistisch eigenbelang ging, om in zijn buurt te verkeren, maar ze laten verbloemd of onverbloemd alleen doorschemeren, dat Sjoerd gxe9xe9n leuke vent was.
Als ik het boek naar weer eens een pagina of 10 weer eens dichtsloeg, zat ik altijd weer even extra te kijken naar die foto van hem op de kaft, zittend voor de Groote Griet: hij heeft ook een uitgesproken onsympathieke kop en uitstraling! Vrienden heeft hij nooit gehad.
Finale: ook zijn zelfmoord was een puur zakelijke daad. Ere wie ere toekomt: om medelijden heeft hij ook nooit gevraagd.

Veerbollen

Onze Xantia is te koop. Zie ook op Marktplaats! 't Is een prima wagen, op zich. We vragen er x80850 voor. En we denken dat-ie dat ook nog waard is.

Citroen1 Vandaag kwamen we terug van week vakantie in Turkije en belde ik terug naar Eddie, die enige dagen geleden interesse had getoond. Dit is (vrij naar herinnering) de weerslag van het telefoongesprek:

Ik: Hallo met J.
Hij: U spreekt met Eddy. Ik zou nog terugbellen over de auto.
Ik: Ha, goedemiddag. U bent gexefnteresseerd in mijn Xantia.
Hij: Ik heb nog wel een paar vragen.
Ik: Kan ik me voorstellen.
Hij: De distributieriem. Is deze reeds vervangen?
Ik: Jawel, dat moet zo twee jaar geleden gebeurd zijn.
Hij: Heeft u daar dan ook de factuur nog van?
Ik: Ah, nee, die heb ik niet meer. Maar u kunt gerust de garage bellen. Ze kunnen u vertellen, dat het nog maar zox92n 15.000 kilometer geleden gebeurd is.
Hij: Mocht ik gexefnteresseerd zijn in uw auto, dan ga ik ervan uit dat u het dossier compleet hebt en dat u mij alles kunt tonen, op basis waarvan ik ervan verzekerd ben, dat de distributieriem vervangen is.
Ik: x85.. (frons, frons)
Hij: Maar dan is er nog iets: de veerbollen. Kunt u mij vertellen, of deze veerbollen ook kortelings vernieuwd zijn?
Ik: Ik heb geen idee. Ik weet ook niet wat dat zijn eigenlijk. Maar ook hiervoor geldt: even contact opnemen met van Duinen en Visser in Grootegast en dan weet u het.
Hij: Zoals ik u al vertelde: dat is uw probleem. Het is uw taak om mij, als aspirant-koper, ervan te verwittigen, dat deze reeds vervangen zijn. Ik ben door de wol geverfd meneer; ik laat mij geen knollen voor citroenen verkopen. xda laat mij zien, dat de auto voor wat betreft deze zaken helemaal goed is. Dat is uw probleem!
Ik: Meneer, de vraagprijs voor de auto is x80850. De auto dateert van 1999. Sowieso geldt, dat op de eventuele reparaties, waar u een punt van maakt, geen garanties meer bestaan.
Hij: Dat zal wel, maar ik kan u vertellen, dat op een vervangen distributieriem minimaal xe9xe9n heel jaar garantie hoort te bestaan.
Ik: Nou ja, dat zal wel, maar dat jaar is ook verstreken. Ik begrijp niet zo goed waar u naartoe wilt.
Hij: Zoals ik u al vertelde: in deze wereld ben je nergens meer zeker van: ik betracht altijd het uiterste om te weten, dat ik een pico bello auto aanschaf. Ik was laatst helemaal van Sneek naar Haarlem en vond daar uit dat de auto, waarvan mij verteld was dat het interieur er gaaf uitzag, onder de brandvlekken in de bekleding zat. Zoiets laat ik mij niet weer gebeuren.
Ik: Meneer, neemt u van mij aan, dat de auto er verder prima uitziet. Maar het gaat natuurlijk wel om een 12 jaar oude auto.
Hij: Indien u mij ervan kunt verzekeren, dat de veerbollen en de distributieriem goed zijn en u kunt dat met officixeble bescheiden, dan wil ik de auto komen bekijken. Maar alleen wanneer u uw dossier, zoals dat hoort, helemaal compleet hebt. Zoals ik al zei: het is uw probleem!
Ik: Nou, sorry hoor, maar ik heb nadrukkelijk geen probleem. Het enige probleem kan voor mij zijn, dat u de auto niet van mij overneemt. Ik krijg de indruk dat u iets van mij verlangt, dat ik u niet zozeer niet bieden kxe1n, doch niet bieden wxedl.
Hij: Moet u eens luisteren jongeman, ik laat mij hier nietx85x85
Ik (onderbrekend): Ik ben verdomme geen jongeman en ik laat mij door u niet piepelen!
Hij: Ik wens u een goedendag.
(hangt op)

De Ortolaan

Ortolaan

Deze had ik nog liggen, ongelezen, meegeplukt uit een schoolbazar voor 1 euro; het was het boekenweekgeschenk in 1984. Zo tussendoor pak ik alles van 't Hart wel mee. Maar hij heeft nogal veel boeken en boekjes geproduceerd, dus er blijft altijd nog wel wat, dat ik nog niet ken. Zoals dus dit werkje van 92 bladzijden.
De laatste die ik las van 't Hart was de nieuwste: zijn autobiografische verhalen in 'Dienstreizen van een thuisblijver'. Eigenlijk had deze daar wel tussen gepast. Het is dan wel een roman(netje), maar het gaat wel over Maarten zelf en enige ervaringen tijdens dienstreizen, naar congressen als bioloog van de uni van Leiden, verzonnen of niet. En ook in 'Dienstreizen' zijn de personages, inclusief dat van hemzelf, vaak zo heerlijk absurdistisch, dat ook dixe9 verhalen als semi-fictie kunnen worden gelezen. Daar had 'De Ortolaan' naadloos tussen gepast.
De ortolaan is een bijzonder vogeltje, dat maar weinig voorkomt in Nederland. Hij vertelt over dit vogeltje aan Alma, die eerst als stagiaire en dan, verdeeld over zo'n 15 jaar nog 3 keer als wetenschapster, bij dienstreizen, zijn pad kruist. Maarten wordt op zijn eigen wijze nogal verliefd op Alma, maar hij is dit natuurlijk weer zxf3 fatsoenlijk, dat Alma zich juist superbeschermd weet bij hem (hij is ook een getrouwde vent natuurlijk). En daar is het bij de meer timide mannen bekende clichxe9 weer het feit: de lieve, zachte jongens, waar de vrouwen wel gek op zijn, maar die ze nooit willen 'hebben'. Maarten draagt dat met weelde. En hij sublimeert het ook: deze liefde is absoluut en immaterieel; hij kan in sublieme stilte en eenzaamheid ervan genieten. Bekend Lietmotiv van hem; leent zich perfect voor de zelfspot, die hij graag gebruikt. ("Als ik toch gewoon in haar keukenkastje mocht komen wonen!") 
Zoals wanneer een vrouw in Schotland hem 'herkent'. Hij put zich uit in het proberen te vertellen, dat hij 'not the one' is, maar zij pakt haar portemonnee: "…haalde er, nu al met betraande ogen, een fotootje uit te voorschijn waarop een onwaarschijnlijk lelijk manspersoon te zien was, die sprekend op mijn leek."
Maarten bespiegelt zijn gedachten elke vijf bladzijden wel een keer met een liederlijk citaat uit een Kierkegaard-boek. En natuurlijk ook met referenties naar psalmen, bijbelteksten en Bach. En bij een eindfeest bij een congres gaan de mensen dansen: dan slaagt 't Hart er txf3ch weer in (hij kan het niet laten) om over te brengen, hoe ridicuul dat geschok met lijven toch is.

Op het einde, bij een congres in Duitsland, vliegt een ortolaan tegen het universiteitsgebouw aan. Hij neemt het beestje mee en laat het Alma zien bij het slot-diner. Het beestje is dood. En daar eindigt ook hetgeen er tussen hem en Alma was. Onderweg naar huis moet hij 18 keer overstappen, mooie metafoor voor de omweg xe9n het definitief-zijn van de rest van zijn leven zonder Alma. De arme maar toch luchtige en blijmoedige Maarten gaat gewoon verder, zoals altijd. Die op een halve wijze totale manier van in het leven staan verwoordt hij ook een keer treffend als hij het heeft op wat hem zo aantrekt in het vliegen in een vliegtuig: je hangt dan eigenlijk even buiten de tijd, buiten het leven, want je moet eerst nog maar zien, of je wel weer beneden komt.
Eigenlijk gaat het mij niet persxe9 om zijn verhalen; ik vind het gewoon heerlijk om zijn beschouwingen en zijn vertelsels over zijn 'da sein' te lezen.
(Mooiste zin: (op een station) 'Onder de verroeste overkapping treuzelde een gure wind.')