Zeitoun

Van Dave Eggers vorig jaar ‘Wat is de wat?’ gelezen en daarvan was ik xe9rg onder de indruk. In dat boek vertelt hij het levensverhaal van een vluchteling uit Zuid-Soedan. In dit boek, dat hij enige jaren daarna schreef, vertelt hij over Zeitoun, een Amerikaanse Syrixebr uit New Orleans voor, tijdens en na de storm Katrina in augustus 2005. Voor mij was dit boek een pageturner; een ontluisterend boek dat mij eigenlijk nogal kwaad maakt op dat malle, rare land, de VS van Amerika. Het bijzondere is, dat Eggers opxa0ontluisterendZeitoune wijze “de Amerikaan” blootlegt, terwijl je door het hele boek blijft voelen, hoezeer dit toch ook een Amerikaans boek is. Dat werkt hoe dan ook toch wat vervreemdend.
Overigens vermoed ik, dat de gemiddelde Europese lezer Amerikaanser is dan ik en er hier dus totaal geen notie van neemt; het niet eens in de gaten heeft. En, ook hoe dan ook: Zeitoun had en heeft zo’n haat/liefde-verhouding met de VS: je zou denken: als je zo gruwelijk bent behandeld als hij, dan wil je nooit meer in zo’n land zijn, laat staan er wxf3nen.
(Ach, ik zeg altijd maar weer, samen met Henk Westbroek in het liedje ‘Belgixeb’: ‘dat land bestaat niet echt’.)

Maar nee, zo werkt het dus niet.
Zeitoun blijft na de storm in de stad, hoewel er eigenlijk sprake is van verplichte evacuatie. Maar hij denkt goede dingen te kunnen doen en hij doxe9t dat ook: hij redt mensen uit hun overstroomde huizen. Maar dan wordt hij door politie- en legermensen opgepakt, aangezien voor een plunderaar, krijgt twee weken lang gxe9xe9n ruimte om ook maar iets te vertellen of om ook maar met iemand contact op te nemen, wordt opgesloten en mishandeld, uit naam van de overheid. Verschrikkelijke discriminatie komt er bij kijken: hij wordt direct maar aan Taliban en El Qaida gekoppeld. Je komt zxf3veel verschrikkelijk sadisme tegen, waarvan je geleidelijk merkt en voelt, dat dit “gewoon”xa0in het algemene systeem van die Amerikanen zit, zo vol van vooroordelen en agressie; oh, je wordt daar zxf3 boos van!
Jawel, ik ga daar ver in: juist deze weken wordt duidelijker en duidelijker, dat we aan de allerlaatste fase van de VS-wereldhegemonie toe zijn. En ik denk (lekker simpel, I know): laat het maar eens gebeuren! Ik ben wel nieuwsgierig naar de komende wereldorde. Zullen de Chinezen dan zoveel erger zijn dan de Amerikanen?!

Geleidelijk dringt ook tot je door, dat Zeitoun’s verhaal exemplarisch is: wat een verschrikkelijke chaos is het geweest na ‘Katrina’. Is echt niet te filmen. Tussendoor lees je dat ze de concentratiekampen al in een paar dagen neergezet hadden, vxf3xf3rdat er nog maar sprake van was, dat er zoveel mensen opgepakt zouden (moeten) gaan worden. Alsof er een volksdeel is, autoriteiten en militairen en politie, die handenwrijvend deze inlandse staat van oorlog al voorzag: kunnen we eens fijn in noodtoestand, zonder verklaring, erop los arresteren, beledigen, psychisch en fysiek molesteren, onteren, etc.
Eggers heeft inmiddels zowel voor Soedan- als voor New Orleans-slachtoffers stichtingen en belangengroepen op poten gezet. En er is dit jaar een film (animatie) van dit boek gemaakt, geproduceerd door Jonathan Demme.

It all ends – Deadly Hallows, deel 2

Deadly hallows 2

De laatste Potter-film, gisteren gezien in MustSee in Groningen. Het lijkt erop, dat MustSee eindelijk een beetje aan slaat. Maar dat kan natuurlijk ook door Potter komen. In ieder geval: aardige gevulde bioscoop. De dozen met popcorn groeien maar en je begint er al aan te wennen: megabioscopen ruiken naar popcorn. Staat mij overigens niet echt tegen. Ik wil daar wel aan meedoen. Maar nu toch maar niet: acht uur-film; het eten was nog maar nauwelijks gezakt.
Andere naasten waren zelfs al naar de nachtelijke premixe8re geweest, paar dagen eerder. En waren helemaal laaiend. Zxf3 laaiend, dat ze de film inmiddels al 2 keer gezien hebben.
Hmm, daar gaat mij niet lukken. Hoeft ook niet.

Dit laatse deel van de Harry Potter-reeks is voor veel mensen een 'afscheid van een era'. Begrijpelijk. Mijn oudste dochter is er helemaal mee opgegroeid; heeft alle delen al tig keer gelezen. Ik had xe9igenlijk wel graag deel 1 van deze laatste combi van Deadly Hallows (xe9xe9n boek-deel in twee film-delen) wel eerst weer even gezien; moest toch vaak even nadenken: hoe zat het ook alweer?

Maar het belangrijkste is niet echt het verhaal. En het belangrijkste zit xf3xf3k niet in de feiten, achtergronden, motieven etc. rondom de confrontaties met Voldemort (prachtig verbeeld door Ralph Fiennes). Nee, het belangrijkste, dat is de hele visualisering. Er is een heel groot verschil tussen de eerste film en de laatste: enerzijds de techniek. De laatste films zijn al weer op zxf3veel meer mogelijkheden gebaseerd; alles ziet er nog weer een stuk levensechter uit. En anderzijds: de jongens en meisjes zijn groot geworden. Zxf3 groot dat het niet eens raar lijkt, wanneer je in een eiploog (die ik volstrekt overbodig vond!; een 'circle of life'-pathos xe1 la Disneyfilms) ziet dat Harry en zijn vrienden alweer de vaders en moeders zijn van kinderen die voor het eerst naar Zweinstein gaan.

Het kasteel is geweldig, de grote draak in het begin van de film is hxe9xe9l echt; de houten brug naar het kasteel ziet er betoverend uit (daar wil ik naartoe!). Er is natuurlijk ook weer heel veel geld en aandacht gaan zitten in alle gevechtshandelingen: grote reuzen en zo. In dat perspectief komt het weer wat knullig over wanneer Voldemort en Harry elkaar bestoken met een straal botsend vuur dat uit een 'magic wand' komt. Armpje drukken kan dan net zo spannend zijn, eigenlijk. Ik word daar dan weer wat lacherig van.
Ik matig mij aan, dat ik verbeelding genoeg heb. In ieder geval genoeg om dichtbij de spanning van het verhaal te blijven. Maar ik blijf toch ook altijd het knagen horen van gedachten xe0 la: ja, zo kan ik ook van alles bij elkaar verzinnen, want…. alles mag en alles kan: hoe onlogisch ook, het overtuigt vanzelf, doordat in het concept van deze vertellingen domweg alles mag en alles kan. Aan de ene kant het grote verdriet en onrecht en slechtheid, aan de andere kant is er altijd de mogelijkheid om alles in xe9xe9n toverspreuk weer om te draaien. Dat gaat ten koste van de diepte van ''het probleem": hoe verlies je een pot monopoly, wanneer je uiteindelijk altijd weer wat briefjes van 5000 kunt toveren?
Dat dit op sommige momenten en met betrekking tot sommige gebeurtenissen (kennelijk) niet kan, wordt ook door iedereen domweg geaccepteerd. De gekste dingen kunnen, maar met een spreuk een tot ruxefne gemaakt kasteel weer opbouwen, dat kan dan weer niet.

Dat Rowling toch wel xe9rg slimme verhaalconstructies heeft gebouwd komt voor mij het mooist tot uitdrukking in hoe ze duizenden pagina's slechtigheid over heren als Sneep (Alan Rickman krijgt net nog net zoveel last van typecasting als Daniel Radcliffe!) kan schrijven, waarna hij op het einde (en dat bleek ook al eerder geloof) eigenlijk helemaal niet slecht was. En dat het txf3ch ook overtuigt. Da's wel heel knap.
Na tien jaar Potter-films is het nu voorbij. De heren Radcliffe en Grint en dame Watson kunnen eindelijk aan een eigen leven beginnen. Ik gun het ze van harte.
Dat dit laatste deel een 8.7 krijgt op IMDB en ook van alle recensenten hele positieve kritieken, vind ik toch wel bijzonder. Voor mij had een 7 ook volstaan.

The Human Resource Manager

The human resource manager

Erg onderhoudende film gezien, gisteren in ForumImages aan het Hereplein in Groningen: The Human Resource Manager. Een Israelische film, voor de helft (of iets minder) spelend in Jeruzalem en de andere helft in Roemenixeb. Het is een tragi-komisch verhaal over een Roemeense immigrante in Israxebl, die is omgekomen bij een zelfmoordaanslag en wier lichaam door niemand wordt opgexebist. Dan rest er alleen nog een loonstrookje van haar laatste werkgeverd. De hoofdrol, de HR-manager van deze broodfabriek, moet dan, opgezweept door een sensatiejournalist, de eer redden: hoe kan het dat iedereen, zelfs haar werkgever, deze arme Roemeense vrouw zo laat stikken!
Hij moet met de kist naar Roemenixeb om voor een eerzame begrafenis te zorgen. En de journalist gaat mee. Dan allerhande verwikkelingen: niemand kan toestemming geven voor de begrafenis. De dame blijkt een minderjarige zoon te hebben, aan de zelfkant van de Roemeense gruwelmaatschappelij (brrrr, wat krijg je daar een grauw beeld van zeg!).
Uiteindelijk is er een warme, contemplatieve finish. En zo kan iedereen weer verder.

Het verhaal is een mooie kapstok voor prachtige filmpersonages. Een echte gewone mensen-film. Veel verkapte humor, licht sardonisch en soms wat uitvergroot, beetje absurdistisch. Zoals het trekken door de Roemeense bergen met een joekel van een humvee. En hoe het kan dat de kist met het lijk zo lang bovenop een auto vervoerd kan en mag worden (dat gaat toch stinken?!), daar moet je ook maar niet te lang bij stilstaan.
Wat nog wel apart is, dat is dat niemand een naam krijgt in de film. Iedereen is 'iemand': de jongen, de echtgenoot, de weduwe, de consul, de grootmoeder, etc. etc., behalve de vrouw in de kist: Yulia. Dat is de enige naam die wordt gebruikt. Toch valt dat totaal niet op. Pas bij de aftiteling werd het mij gewaar.
Film is voor mij wel dikke zeven waard. Niks onvergetelijks aan; wel erg leuk. (IMDB)

XY

Xy1

Jawel, ook XY van Sandro Veronesi is een piekervaring om te lezen. Ik ben inmiddels toch iets te Gronings geworden voor het strooien met superlatieven. Maar dit boek is een geweldige belevenis om te lezen. Veronesi gaat ver buiten de grenzen van het bevattelijke en laat bijna alles onverklaard. Het gaat niet om een plot, het gaat zelfs niet om realisme. De idiotie van de fenomenen waar de karakters mee te stellen krijgen wxc3xb3rdt ook helemaal niet ergens naartoe gebracht; die blijft wat en waar ze is: 10 doden op xc3xa9xc3xa9n plek in het bos in de bergen van Noord-Italixc3xab, allemaal op verschillende wijze overleden, waarvan eentje die de kroon spant: doodgebeten door een haai-soort, die al 200 jaar lang uitgestorven is. Je zou denken: dit is zxc3xb3 ridicuul, dat je niet meer serieus kunt lezen. Maar daar gaat het dus niet om.

Het gaat om X en Y, de priester in het dorpje en de jonge vrouwelijke psychiater, die samen gaan proberen de dertig bewoners van het dorp niet tot krankzinnigheid te laten komen als gevolg van de gebeurtenis (die uiteindelijk 'officieel' maar naar El Qaida wordt geschoven, want anders is er geen verhaal naar de buitenwacht van te maken). En, ondertussen, samen pogen te begrijpen, wat er is gebeurd, maar allengs steeds meer naar binnen gaan kijken dan naar buiten. Zo is het verhaal een psychologische wereldreis. Het doel van de reis, misschien slechts onbedoeld bereikt, is uiteindelijk het belangrijkste dat je in je leven kunt bereiken: verwondering. Verwondering met een vrijmakende, een bevrijdende impact. Wat is het mooi om uiteindelijk nixc3xa9t te hoeven verklaren en toch het uiterste, het maximale leer-effect te bereiken in je leven. De laatste paragraaf laat alle bakens los: geen punten en komma's meer; een stream of consciousness. Giovanna, de psychiater, gaat weer leven. Ermete, de priester, is terug gegaan naar het dorpje in Peru, dat staat voor de plaats waar hij als mens het gelukkigst was. Dat hij als priester misschien het meest 'gelukkig' was in het bizarre, in zichzelf gekeerde, 'man bijt hond'-achtige gehucht in de Italiaanse bergen, dat is misschien wel een mooie kritiek op de priesterlijke ascese.
In dit boek staan de bizarre doden niet centraal, het gaat vooral om het leven. Die Veronesi is gezegend met een enorme lichtheid, helderheid, hoezeer dit boek ook op het eerst oog voor de totale vaagheid lijkt te staan. Heel bijzonder.
De recensies online spreken ook voor zich: Humo, Atheneum.

De Zonnewijzer

Zonnewijzer

Op vakantie in Mali wilde het niet vlotten met het leeswaar. Ik was begonnen aan een oude verhalenbundel van Thomas Rosenboom, maar het eerste lange verhaal bekoorde me niet. Mijn andere boeken waren niet beschikbaar, want mijn rugzak was zoek. Die is uiteindelijk pas na twee weken reizen weer ten tonele verschenen! Hopeloze zaak. Heel veel zaken opnieuw moeten kopen aldaar.
Toen ben ik aan een ander boek begonnen, dat ik van iemand leende: Bloesems van bloed. Ik heb toen tot blz. 300 gelezen, maar ik had gewoon geen zin meer om verder te lezen. Was wel 'goed' (waarschijnlijk), maar het pakte niet. Toen voor de 2e 'Het Zandkasteel' van Ton van der Lee gelezen. Kom ik nog weer op terug.
En toen was mijn bagage er weer en heb ik De Zonnewijzer van Maarten 't Hart gelezen. Ik werd er direct weer hartstikke vrolijk van. Het gaat me nog meer om zijn schrijfstijl, dan om zijn vakkunst van verhalen maken. Het zijn vooral die heerlijk olijke-ironische bespiegelingen, waar ik altijd helemaal enthousiast van word. Het is echt kleinkunst: (blz. 36) "Toen ik weer naar buiten stapte begon het geruisloos te miezeren. Het was zo'n kil, geniepig regentje waarvan je optimistisch denkt: daar word ik niet nat van. Maar ik werd wel nat, en fietste huiverend…". Vind ik geweldig. Er staan veel van dit soort dingetjes in.
Er zijn altijd de bekende referenties. Maarten 't Hart "is" in dit boek een gescheiden vrouw, die eigenlijk vind dat ze niks van het leven gemaakt heeft, maar hier toch knap luchtig mee om gaat. En ze pakt stoer door in wat ze doet, hoe onzeker ze ook is. Ze heeft natuurlijk wel een christelijk-gereformeerde achtergrond en ziet dit, net als 't Hart, als iets zinvols en leerzaams: "behoud het goede". Ze heeft echter ook een kinderwens-trauma. Da's wel even heel wat anders dan 't Hart, die volgens mij helemaal niet aan kinderen moet denken.
De Zonnewijzer wordt wel 'een Agatha Christie' genoemd en is ook als een thriller in Duitsland verfilmd. Zou ik wel eens willen zien. Het einde is volgens de achterflap erg ingenieus. Daar heb ik niet zoveel van gemerkt, maar misschien kwam dat omdat ik dat las tijdens de nachtvlucht van Bamako naar Parijs, eigenlijk vxc3xa9xc3xa9l te moe om te lezen, maar niet in staat om te slapen…
Niet zo erg, want, zoals ik al zei: het genieten van 't Hart zit 'm voor mij vooral in zijn zinnen, zijn op elke bladzijde aanwezig zijnde beschouwingen en statements.

De Afrikaanse Weg

Afrikaanse weg

De schrijver/reiziger Ton van der Lee leerde ik kennen door het lezen van zijn boek over zijn periode in Djennxc3xa9, Mali (Het Zandkasteel), waar hij een lemen huis bouwde en vijf jaar woonde. Hij is er uiteindelijk weer weggegaan, omdat de malaria hem er bijna onder kreeg.
Maar dat hij nog steeds zoekt naar zijn Afrikaanse basis, dat wordt ook duidelijk uit het boek dat hij drie jaar geleden schreef, nxc3xa1 zijn Mali-periode dus, over zijn reis van het zuidelijkste naar het noordelijkste puntje van Afrikan, van Zuid-Afrika naar Egypte. In het boek is het terugkerend thema: het zoeken naar wat goed is voor de toekomst van Afrika: wat moet er gebeuren met het continent? Deze vraag staat dan vooral in het licht van de constatering, dat het xc3xa9rg slecht gaat met Afrika. Armoede, uitbuiting, AIDS, neo-kolonialisme, etc. etc, maar voor alles ook de blijvende verwondering over de psychologische tweespalt, die uitgedrukt wordt in de mantra, die door de Afrikanen zelf wordt gehanteerd: 'de vijand van Afrika, dat zijn de Afrikanen'.
En toch geldt: hoezeer ook geldt, dat Afrikanen allemaal zeggen, dat ze naar Europa willen, dat Europa staat voor 'beschaving', toch geldt dat 'het westen' er meer onheil dan heil heeft gebracht en ook, dat er ook altijd een ondertoon is van…: 'wij' Afrikanen zullen ook nooit 'zoals jullie' WILLEN zijn. Het wezen van de Afrikaan, dat hij dichter bij het leven staat, dat proef je er altijd weer uit. Ik zie het geleidelijk als het inherente minderwaardigheidscomplex van de westerling: met de nadruk op de rationaliteit die voorwaardelijk is voor wat we allemaal (ook de Afrikanen) 'de vooruitgang' noemen, is nadrukkelijk een diepte-dimensie verloren gegaan. Wij westerlingen herkennen die diepte-dimensies dan weer in de oosterse en in de Afrikaanse culturen. Daar is men dichter bij de essentie gebleven.
Kouwe grond-psychologie.

Ton van der Lee komt er uiteindelijk ook niet uit. Vraagt zich aan het einde af, wat of wie hij nou eigenlijk najaagt. De bespiegeling is dan ook wat tragisch. Het lijkt erop, dat hij inmiddels teveel ontheemd is om nog in het westen te wortelen en tegelijkertijd weet, dat hij geen Afrikaan is en ooit zal worden. Het boek staat trouwens ook barstensvol hemeltergende toestanden, die als je niet oppast voer blijven voor het meest gruwelijke cynisme. Houd maar op met ontwikkelingssamenwerking, want xc3xa1lles mislukt. Een Engelsman in Namibixc3xab levert een exemplarische beschrijving (blz. 73). "Hij vertelt over een Engelse jeugdvriend die veearts werd en in de jaren negentig naar Oeganda ging. Hij zette in een plattelandsdistrict ten noorden van Kampala een grootscheeps vaccinatieprogramma op voor koeien. Het programma werkte, de sterfte onder het vee nam enorm af en iedereen was blij. Meer vlees, meer geld, meer eten voor iedereen. Het gevolg was dat de bevolking van het district snel groeide. Er was meer hout nodig om het eten in de dorpen klaar te maken, er ontstond ontbossing en tegelijkertijd nam de bodemerosie sterk toe door overbegrazing. Het gevolg was sterfte van het vee, mislukte oogsten, een hoge kindersterfte en tien jaar later was het district er slechter aan toe dan voorheen. De vriend vertrok ontgoocheld naar Engeland."
En dan is dit een voorbeeld, waar de dimensie van corruptie en eigenbelang totaal ontbreekt. Meestal is er ook nog sprake van al-te-menselijke toestanden van egoxc3xafsme, machtsmisbruik etc. etc.

Mijn Mercedes is (niet) te koop

Mijn mercedes is niet te koop

Onwijs leuk boekje is dit! Ik las het in voorbereiding op onze reis naar Mali, vanaf 17 december a.s. Het verhaalt over de reis van schrijver Jeroen van Bergeijk door West-Afrika, van Marokko tot Benin, om zijn Mercedes te verkopen. Dat is een project, dat nogal wat westerlingen uitvoeren: een goedkope auto kopen en met deze auto door de Sahara crossen om aldaar de reiskosten weer terug te verdienen (en misschien meer) door 'm daar weer te verkopen. Het schijnt zo te zijn, dat in die landen ontzettend veel totaal afgeragde Mercedessen 190 D rondrijden.

De schrijver vertelt over zijn ervaringen 'on the road'. Hij blijft op zich sympathiek verhalen over de Afrikanen, maar ondertussen (en niet alleen in dxc3xadt boekje) wordt wel duidelijk, dat de culture clash tussen ons westerlingen en de Afrikanen wel zxc3xb3 groot is, dat je niet anders kunt dan accepteren, dat je de Afrikaanse mores en drijveren nooooooit goed genoeg zult kunnen begrijpen om ze afdoende te waarderen. Bij respecteren houdt het wel op. Ik kom niet voor niks in xc3xa9lk boekje weer de mantra tegen, waarin de Afrikaan zxc3xa9lf wordt aangehaald en hij zegt: de grootste vijand van Afrika, dat zijn de Afrikanen zelf. Op die manier wordt netjes verbloemd, dat je je pseudo-racistisch uitlaat: je laat de Afrikaan je eigen gevoelens verwoorden en kunt zo goed verschoond blijven.
Dat zijn wel tragische bevindingen. Maar de harde kern van realiteit erin, die neem ik zeker mee, wanneer ik er naartoe ga: ik ben toerist en niks meer of minder. Ik hoef dat continent niet te redden…

Op pagina 135 lees ik een 'wijze les':
De Pools journalist Ryshard Kapucinski stelt dat Europeanen en Afrikanen volledig verschillende opvattingen hebben van tijd. In de Europese overtuiging bestaat tijd los van de mens, bestaat hij objectief, eigenlijk buiten ons, en is meetbaar, lineair. De Europeaan is afhankelijk van tijd. Voor de Afrikaan is de tijd een veel lossere categorie, open, rekbaar, subjectief. De tijd is zelfs iets wat de mens kan scheppen. Het bestaan wordt slechts zichtbaar in gebeurtenissen. De tijd verschijnt als gevolg van ons handelen, maar verdwijnt wanneer we iets nalaten of helemaal niet in actie komen. De tijd is materie die onder onze invloed altijd tot leven kan komen, maar in een toestand van winterslaap of zelfs non-existentie geraakt wanneer we onze energie er niet op richten. De tijd is een passieve entiteit, is voor alles afhankelijk van de mens. Helemaal omgedraaid t.o.v. het Europese denken dus.

En daarna koppelt van Bergeijk dit aan zo'n specifieke eindeloos-wachten praktijk, ergens in de hitte van de Sahara. Hij ziet in het algemeen landerigheid en verveling om zich heen. Maar dat zijn wel zijn eigen conventies..
Mij maakt dit boekje nog weer nieuwsgieriger, maar mxc3xb3cht ik al soms denken, dat er daar iets op mij wacht, dat appelleert aan nieuwe keuzes in mijn leven, met implicatie dat je (enige of tijdelijke) afstand neemt van het westerse leven, dan maakt dit mij afdoende wakker. Volgens mij moet het voor iemand als ik verschrikkelijk zijn, om daar nixc3xa9t als toerist te zijn.

 

Het Stenen Bruidsbed

Stenen bruidsbed

Gelukkig was het niet zo'n dik boek, Het Stenen Bruidsbed van Harry Mulisch, want anders had ik er meer moeite mee gehad, het helemaal uit te lezen. Nu was het einde al gauw in zicht, en sloeg ik me er dapper doorheen. Het zij duidelijk: ik had geen goeie tijd met deze beroemde Mulisch-roman; mijn kleine bijdrage aan de grote Mulisch-herdenking.
Ik had vooraf niet zo'n beeld van het verhaal. Wist natuurlijk wel, dat het een psychologische roman is en dat 't over WOII gaat. Het verhaal wordt nogal pathetisch verteld. Het is allemaal zo verschrikkelijk over the top: geen xc3xa9nkele passage (het is veelal spreektaal tussen de hoofdpersoon en de mensen die hij passeert) komt op mij over als een realistische manier van converseren tussen twee mensen. Wat een bedachte hypertaal!, zo dacht ik steeds. En ook in het beschouwende; hier een frase (blz. 177):
"Vage, tevreden gedachten zwierven door zijn hoofd. Dat hij niet voor niets naar Dresden was geweest, al wist hij nog niet, waarom: dat hij naderde tot een volledige oplossing, maar dat hij niet wist, waarvan; en dat dat misschien juist het bewijs was van het grote belang, want dat toch nooit in de geschiedenis van het denken een antwoord op een vraag was gegeven, aangezien een antwoord er altijd eerder is dan de vraag, die pas achteraf moeizaam geconstrueerd wordt uit het antwoord, dat per genade ontstaat uit het niets; en dat de man zijn zaad toch niet kan spuiten in iets bekends, in een heel verleden, want dat is hij dan toch eigenlijk al zelf, – maar alleen in het vreemde, in voorbijgangsters, want hij heef toch zijn opdracht; dan een man toch ook niet opgewonden wordt van zijn eigen hand, zoals onanisten en necrofielen en andere solisten.""

Ik kan dus nxc3xadks met zo'n stuk en ga mezelf lopen ergeren: mankeert er wat aan mijn verstand? Of aan mijn verbeeldingsvermogen? Wat een verschrikkelijke taal is dit!
"Hij dacht en dacht niet", is ook zoiets: meerdere keren komt deze uitdrukkingsvorm voor: hij ging en ging niet… Tja..
Verder stik ik van het ontzag: ik ga heus niet in twijfel trekken, dat dit staaltje intellectuele betrokkenheid niet authentiek en hoogstaand is. Helaas, ik kan er zelf gewoon niks mee. En laat ik mezelf dan nou maar niet teveel gaan aantrekken! ;-)

Het Zandkasteel

Zandkasteel Het lezen van 'Het Zandkasteel' van Ton van der Lee is een onderdeel van onze voorbereiding op de geplande reis naar Mali. Het is de bedoeling, dat we op 18 december naar Bamako vliegen, dan drie weken gaan rondreizen door Mali. Aan het einde van die periode vindt het jaarlijkse 'Festival au desert' plaats, vlakbij Timboektoe. Dit festival is een jaarlijks ontmoetingspunt voor veel van de bekende Westafrikaanse muzikanten. Zowel de desert-blues van bands als Tinariwen alsook de troubadours als Ali Farka Tourxc3xa9, Habib Koitxc3xa9 en zo. Wat een geweldige finale aan het einde van drie weken Mali moet dat worden!!  

Ton van der Lee heeft niet als een backpacktoerist rondgereisd. In Het Zandkasteel zet hij zichzelf nadrukkelijk aan de andere kant: de kant van de Malinezen. Eigenlijk rammelt hij de romantiek wel een beetje uit mijn perspectieven: de toeristen worden langs de gebaande paden geleid, zijn voorzien van de juiste gemakken en laten zich gebruiken, sturen en misleiden door de thuislanders. En/of het zijn consumenten, die alleen maar van hoogtepunt naar hoogtepunt sjezen, zonder wxc3xa9zenlijk gexc3xafnteresseerd te zijn in het land en de mensen.

Van der Lee beschrijft een aantal jaren van zijn verblijf in met name Djennxc3xa9, waar hij zijn 'zandkasteel' heeft gebouwd. Djennxc3xa9 is inmiddels bij mij wel geleidelijk het romantische van de verwachtingen rondom Timboektoe gaan vervangen. Moet ook veel mooier en echter zijn dan Timboektoe. Er was al honderd jaar niet meer zo'n groot gebouw gebouwd, in de tradiotionele bouwstijl, in heel Djennxc3xa9. Het is heel bijzonder wat van der Lee heeft bewerkstelligd; hij is geleidelijk een halve Malinees geworden en beschrijft dat proces op een hartverwarmende wijze. Hij weet ook hoezeer de westerlingen die er een (semi-)permanent verblijf zochten, doch met niet gehxc3xa9xc3xa9l onbaatzuchtige motieven, uiteindelijk allemaal van een kouwe kermis thuis kwamen. En hij vreest soms ook: welk lot zal mij ten deel vallen? Hij struikelt soms ook: de vrouw met wie hij wil trouwen blijkt al bij peutertijd te zijn uitgehuwelijkt. Maar het huis komt er en op het einde krijgt hij een Malinsees gewaad van zijn Djennxc3xa9se vrienden en mag hij meedoen met het gebed bij de jaarlijkse feestdag: hij is ingewijd!

Op het einde vraagt hij zich af, hoe lang het voor hem gaat duren. Of hij nu nog steeds op de vlucht is. Of hij nu 'thuis' is of dat hij zich dat ten onrechte toedicht. Het blijft in het midden.
Waar ik wel vragen bij heb, dat is het mogelijk geromantiseerde beeld, dat hij van zijn situatie maakt. Ik weet (van andere boeken van hem, dingen die je online kunt lezen), dat hij hieraan voorafgaand ook 3 jaar in Namibixc3xab een flink solitair leven heeft geleid; al jaren weg was uit Nederland. Maar hij schrijft in het Zandkasteel, dat juist de ratrace in Nederland de belangrijkste reden voor zijn verblijf in Mali is. 
Ben nu ook wel nieuwsgierig naar de andere boeken van van der Lee. En hoe het nu gaat: is nu echt ontheemd geraakt in Nederland? Of heeft hij juist weer wortel geschoten hier, levend van en voor zijn Afrikaanse boeken?

Falaise-de-bandiagara Voor onze reis is dit een fantastische appetizer. Ik weet dat we Bamako maar beter snel achter ons kunnen laten; dat het Dogon-gebied heel bijzonder is, zowel de cultuur, alsook de bijzondere falaise, de rotswand, het leven op en rond de Niger (en de Bani), de prachtige stad Djennxc3xa9 (en natuurlijk: het huis van van der Lee; ik wil het zien!). 
En wat ik dan wel leer van het boek: oppassen niet txc3xa9 veel als een kijk-toerist rond te reizen, maar echt de tijd nemen voor het ervaren van het leven aldaar. Misschien is dat ijdel, want wat kun je nou in drie weken?! Ton van der Lee schrijft, dat hij soms weken ook zelfs niet xc3xa9xc3xa9nmaal aan Nederland dxc3xa1cht, zxc3xb3 los van zijn oude leven was hij. 

Ik hoop toch nog in xc3xa9xc3xa9n van zijn andere boeken te kunnen lezen, hoe het verder ging. Hij is niet al te lang na het einde van dit boek toch weggegaan uit Djennxc3xa9. Waarom? En hoe staat het met zijn roots in in Mali? Afijn, ik ga me er nog wel verder in verdiepen. 
En nu ook wat andere boeken over Mali lezen. Ook maar gauw de Lonely Planet aanschaffen…

 

Via Cappello 23

Via cappello 23 Christiaan Weijts (ook journalist bij de NRC) is nu ook iemand, van wie ik alle boeken lezen wil. Dat is wel bij te houden, want hij is nog hartstikke jong. Dus de paar andere boeken van hem maar eens opzoeken, komende tijd. En dan altijd het verwachtingsvolle moment, als er een nieuw boek uit is…
Want Weijts is een ambachtelijk nogal goeie schrijver. Dan kan het zijn, dat het boek niet direct 'jouw verhaal' is, maar bekocht ben je nooit, want het boek 'klopt' gewoon, en het is origineel. En, het belangrijkste: hij schrijft gewoon goed. Mooie taal, dat is toch het belangrijkste element van de muziek die in de literatuur moet zitten. Lelijk neveneffect is dan weer: verdorie, toch de illusie, ooit eens zelf een boek te schrijven, maar weer laten varen. Sjonge, wat een illusie, wat een ijdelheid. Ga dan toch gewoon denken: er zijn schrijvers, en er zijn lezers. En jij bent een lezer! Klaar!

Via Cappello 23 is een mooi gelaagd verhaal, verschillende perspectieven, hinkelen op tegenstrijdige gedachten van identificatie met de personages en een mooie kaleidoscoop van orixc3xabntaties in fictie en in praktijk van tragische en/of romantische zelfmoord. Via Capello 23: daar is het balkon waar de tragedie van Romeo en Julia zich in Verona afspeelde. Een ander deel in het boek speelt in Venetixc3xab, waar de zelfmoord vanaf een balkon van een 16-jarig meisje aan de grondslag ligt van een oproer van de gondeliers. Een Nederlandse journalist (free lance en werkend voor "De Kwaliteitskrant". Aldus: een stukje van Weijts zelf) schrijft hierover, gedreven door opportunisme en een nogal lelijke affaire met een Hollandse reisleidster. En die is weer de ex van een Leidse jonge historicus (die vast xc3xb3xc3xb3k stukjes van Weijts representeert), die ook in Venetixc3xab terechtkomt om een sex/liefde-experiment te beleven met een studente, waarbij hij spiegels zoekt voor zijn promotiestudie, die over de modellen van de Italiaanse schilders in de vijftiende eeuw gaat. En naar het einde toe komt het zelfmoord-thema ook dichterbij..
Maar het boek leest toch vooral als een Hollandse roman, met een fraaie apotheose in een nachtelijk radioprogramma, waarin de journalist en de historicus tegenover elkaar komen te staan. In het 'naschrift' wordt de 'plot' misschien ixc3xa9ts te ver gedramatiseerd.
Een aanrader, dit boek. Je wilt 't, eenmaal over de helft, steeds sneller uitlezen, want het trekt aan je, terwijl je nog bijna nixc3xa9t kunt zien, waar het nou naar toe gaat.