Zeitoun

Van Dave Eggers vorig jaar ‘Wat is de wat?’ gelezen en daarvan was ik xe9rg onder de indruk. In dat boek vertelt hij het levensverhaal van een vluchteling uit Zuid-Soedan. In dit boek, dat hij enige jaren daarna schreef, vertelt hij over Zeitoun, een Amerikaanse Syrixebr uit New Orleans voor, tijdens en na de storm Katrina in augustus 2005. Voor mij was dit boek een pageturner; een ontluisterend boek dat mij eigenlijk nogal kwaad maakt op dat malle, rare land, de VS van Amerika. Het bijzondere is, dat Eggers opxa0ontluisterendZeitoune wijze “de Amerikaan” blootlegt, terwijl je door het hele boek blijft voelen, hoezeer dit toch ook een Amerikaans boek is. Dat werkt hoe dan ook toch wat vervreemdend.
Overigens vermoed ik, dat de gemiddelde Europese lezer Amerikaanser is dan ik en er hier dus totaal geen notie van neemt; het niet eens in de gaten heeft. En, ook hoe dan ook: Zeitoun had en heeft zo’n haat/liefde-verhouding met de VS: je zou denken: als je zo gruwelijk bent behandeld als hij, dan wil je nooit meer in zo’n land zijn, laat staan er wxf3nen.
(Ach, ik zeg altijd maar weer, samen met Henk Westbroek in het liedje ‘Belgixeb’: ‘dat land bestaat niet echt’.)

Maar nee, zo werkt het dus niet.
Zeitoun blijft na de storm in de stad, hoewel er eigenlijk sprake is van verplichte evacuatie. Maar hij denkt goede dingen te kunnen doen en hij doxe9t dat ook: hij redt mensen uit hun overstroomde huizen. Maar dan wordt hij door politie- en legermensen opgepakt, aangezien voor een plunderaar, krijgt twee weken lang gxe9xe9n ruimte om ook maar iets te vertellen of om ook maar met iemand contact op te nemen, wordt opgesloten en mishandeld, uit naam van de overheid. Verschrikkelijke discriminatie komt er bij kijken: hij wordt direct maar aan Taliban en El Qaida gekoppeld. Je komt zxf3veel verschrikkelijk sadisme tegen, waarvan je geleidelijk merkt en voelt, dat dit “gewoon”xa0in het algemene systeem van die Amerikanen zit, zo vol van vooroordelen en agressie; oh, je wordt daar zxf3 boos van!
Jawel, ik ga daar ver in: juist deze weken wordt duidelijker en duidelijker, dat we aan de allerlaatste fase van de VS-wereldhegemonie toe zijn. En ik denk (lekker simpel, I know): laat het maar eens gebeuren! Ik ben wel nieuwsgierig naar de komende wereldorde. Zullen de Chinezen dan zoveel erger zijn dan de Amerikanen?!

Geleidelijk dringt ook tot je door, dat Zeitoun’s verhaal exemplarisch is: wat een verschrikkelijke chaos is het geweest na ‘Katrina’. Is echt niet te filmen. Tussendoor lees je dat ze de concentratiekampen al in een paar dagen neergezet hadden, vxf3xf3rdat er nog maar sprake van was, dat er zoveel mensen opgepakt zouden (moeten) gaan worden. Alsof er een volksdeel is, autoriteiten en militairen en politie, die handenwrijvend deze inlandse staat van oorlog al voorzag: kunnen we eens fijn in noodtoestand, zonder verklaring, erop los arresteren, beledigen, psychisch en fysiek molesteren, onteren, etc.
Eggers heeft inmiddels zowel voor Soedan- als voor New Orleans-slachtoffers stichtingen en belangengroepen op poten gezet. En er is dit jaar een film (animatie) van dit boek gemaakt, geproduceerd door Jonathan Demme.

XY

Xy1

Jawel, ook XY van Sandro Veronesi is een piekervaring om te lezen. Ik ben inmiddels toch iets te Gronings geworden voor het strooien met superlatieven. Maar dit boek is een geweldige belevenis om te lezen. Veronesi gaat ver buiten de grenzen van het bevattelijke en laat bijna alles onverklaard. Het gaat niet om een plot, het gaat zelfs niet om realisme. De idiotie van de fenomenen waar de karakters mee te stellen krijgen wxc3xb3rdt ook helemaal niet ergens naartoe gebracht; die blijft wat en waar ze is: 10 doden op xc3xa9xc3xa9n plek in het bos in de bergen van Noord-Italixc3xab, allemaal op verschillende wijze overleden, waarvan eentje die de kroon spant: doodgebeten door een haai-soort, die al 200 jaar lang uitgestorven is. Je zou denken: dit is zxc3xb3 ridicuul, dat je niet meer serieus kunt lezen. Maar daar gaat het dus niet om.

Het gaat om X en Y, de priester in het dorpje en de jonge vrouwelijke psychiater, die samen gaan proberen de dertig bewoners van het dorp niet tot krankzinnigheid te laten komen als gevolg van de gebeurtenis (die uiteindelijk 'officieel' maar naar El Qaida wordt geschoven, want anders is er geen verhaal naar de buitenwacht van te maken). En, ondertussen, samen pogen te begrijpen, wat er is gebeurd, maar allengs steeds meer naar binnen gaan kijken dan naar buiten. Zo is het verhaal een psychologische wereldreis. Het doel van de reis, misschien slechts onbedoeld bereikt, is uiteindelijk het belangrijkste dat je in je leven kunt bereiken: verwondering. Verwondering met een vrijmakende, een bevrijdende impact. Wat is het mooi om uiteindelijk nixc3xa9t te hoeven verklaren en toch het uiterste, het maximale leer-effect te bereiken in je leven. De laatste paragraaf laat alle bakens los: geen punten en komma's meer; een stream of consciousness. Giovanna, de psychiater, gaat weer leven. Ermete, de priester, is terug gegaan naar het dorpje in Peru, dat staat voor de plaats waar hij als mens het gelukkigst was. Dat hij als priester misschien het meest 'gelukkig' was in het bizarre, in zichzelf gekeerde, 'man bijt hond'-achtige gehucht in de Italiaanse bergen, dat is misschien wel een mooie kritiek op de priesterlijke ascese.
In dit boek staan de bizarre doden niet centraal, het gaat vooral om het leven. Die Veronesi is gezegend met een enorme lichtheid, helderheid, hoezeer dit boek ook op het eerst oog voor de totale vaagheid lijkt te staan. Heel bijzonder.
De recensies online spreken ook voor zich: Humo, Atheneum.

Troost

Troost giphart

Was alweer jaren geleden, dat ik een Giphart-boek las. Zelfs op dit weblog niks over Giphart, dus het moet al meer dan 6 jaar geleden zijn, dat ik wat van hem las. 'Troost' is uit dat jaar en heb ik dus ook 6 jaar laten liggen. Onlangs dook dit boek op: voor 1 euro op de rommelmarkt op de basisschool! :-)
Aangename verrassing. Grappige genoeg zie ik nu pas, dat juist deze roman zo'n beetje de xc3xa9xc3xa9rste was van Giphart, die door de literaire recensenten zo'n beetje serieus werd genomen. Wat Giphart daarvoor heeft moeten doen is duidelijk: afstappen van de moderniteiten rondom de liederlijkheden van de nieuwe generaties met liefde en sex in een sausje van doem. In Troost verplaatst hij zich in een andere passie: de kookmanskunst. Verder schrijft hij op dezelfde luchtige, humoristische en sardonische wijze. In de NRC-recensie van eertijds kun je het ook mooi lezen.

Leuk is ook hoe je in alle personages een caleidoscoop van herkenningspunten vindt. Art Troost (de ik-figuurr, ook een soort Giphart natuurlijk) zelf, de kok die in de media-wereld zijn grenzen verliest; het TV-programma, dat hij presenteert: een combi van Felderhof, met een villa in Frankrijk, en een kookprogramma; de gasten (xc3xa0 la Felderhof) dus: een nymfomane schrijfster en een egomane filosoof: je kunt nxc3xa9t niet bij de namen komen, maar het is alsof je ze uit duizenden herkent als 'die BN'er'. De leukste is nog Bruna, de souschefkok, waar ik verder geen relatie met een bekend personanage bij zag. 'Testicolo' roept zij telkens uit. Erg grappig personage is dit.

Hoe humoristisch ook, het verhaal is een regelrecht drama. Alles gaat fout. Van een gelukkig en tevreden overwinnaar wordt hij tot een totale risxc3xa9e, vooral na het sluiten van het boek: hij is alles kwijt, inclusief zijn Michelin-sterren en de effecten ervan gaan weldra neerdalen. Bruna, altijd loyaal geweest, kan nu over hem heen en mag met het succesvolle TV-programma verder.
Da's trouwens ook een mooi moment: te zien (volgens mij zeer realistisch), hoe een netmanager van de TV even terloops loopbanen kan maken en breken. Is Troost zijn sterren kwijt? Dan stoppen we het programma. Dat zijn niet eens agendapunten op een vergadering, welnee, dat zijn directe beslissingen aan de telefoon. Ben ervan overtuigd, dat 't zo werkt in die lelijke wereld. (Krijg ik weer xc3xa9ven een wat vertrouwder gevoel bij mijn eigen ambtelijke omgeving, waar het nxc3xa9t even anders is! ;-)

Dienstreizen van een thuisblijver

Dienstreizen

Er gaat niet veel boven het lezen van een boek van Maarten 't Hart. En voor mij gaat 't nxc3xb3g verder: ik geniet van zijn romans, maar voor mijn part schrijft hij ze niet meer en schrijft hij in het vervolg alleen nog maar in groteske vorm over zijn eigen leven. Dat is bijzonder genoeg. En vooral: dat is lxc3xa9uk genoeg. Ik vind zijn spitse vorm van formuleren altijd geweldig, ook in zijn romans: de speelsheid druipt er van af. Maar wanneer hij het nxc3xb3g dichter bij zijn eigen observaties kan houden, dan wordt het nxc3xb3g leuker. Het leukste van alles is, dat het allemaal beschreven wordt vanuit een soort zeur-perspectief. Hij vind het allemaal maar niks: de verwondering is altijd gestoeld op "wat is alles (behalve de natuur) en iedereen (behalve ikzelf) toch bizar en onbegrijpelijk!'.

Ik las een recensie van Jeroen Vullings (Vrij Nederland) over dit boek online. Eigenlijk hoef ik hier niet zoveel op aan te vullen, want alles wat Jeroen schrijft, reflecteert ook, hoe ik het boek heb gelezen. Misschien geldt wel, dat Jeroen iets meer afstand neemt en dat ik me wat meer wil verplaatsen in (identificeren met) de dubbelhartigheid van Maarten 't Hart. Vullings gebruikt zelfs de term 'schmieren'. In ieder geval is wel sprake van continu uitvergroten. Het worden daardoor soms halve sprookjes: je ziet de Duitse uitgeefster, die 't Hart telkens weer voor 'Lesereise' tegen zijn zin naar Duitsland laat afreizen, geleidelijk voor je als een opgedirkte heks. En ondanks dat laat hij nog doorsijpelen, dat hij sympatiseert met haar praktijken, die evenwel inhouden, dat zij xc3xa1l zijn royalties over de balk smijt. Hilarisch!
Er zijn ook meer introverte stukjes. Zoals die waarin hij schrijft over het Hongaarse echtpaar, waarvan de heer zijn boeken in Hongarije wil uitbrengen. In dat verhaal is hij bijna een soort Voskuil, die een observatiestudie doet. Heel jongensachtig is hij weer wanneer hij zich laat meeslepen door extraverte dames, zoals een lesbische dominee met een SM-bunker onder haar kerk. Dan ga je je wel afvragen, hoe ver het biografische (de realiteit!) al afgedwaald is.
Het meest persoonlijke is het wat langere verhaal over zijn driedubbele beenbreuk en zijn verblijf in het ziekenhuis. Dat hij in diepste zin eigenlijk geweldig introvert is, laat hij misschien wel op zijn bewusts doorsijpelen, wanneer hij laat weten, dat hij aan de telefoon txc3xb3ch moest huilen toen hij zijn vrouw Hanneke liet weten, dat hij naar huis mocht.
Mijn zwak voor deze man is groot.

Zomerhuis met zwembad

Zomerhuis met zwembad

Gewoon tussen werk door, beetje in bed, veel in de trein: 380 bladzijden in een klein weekje. Zelfs voor mijn doen veel. Komt toch doordat het boek je zo erg meeneemt, dat je telkens vxc3xa9rder wilt lezen. Jawel, deze nieuwe bestseller van Herman Koch is een pageturner. Ik vind 'm net zo goed als Het Diner.
En toch is het niet het boek, waarover ik dan veel te vertellen heb, als ik zo een stukje schrijf erover voor op het weblog. Zxc3xb3veel valt er gewoonweg niet te vertellen. Het verhaal zit verdomd goed in elkaar en leest erg gemakkelijk. Je hoeft heus niet soms een stukje 2x te lezen om het goed te begrijpen. En er zijn ook geen stukjes, die je nxc3xb3g een keer leest, omdat ze zo verdomd fraai zijn. Ik ben altijd erg gek op mooie beeldspraak, gevatte analogiexc3xabn. Ik plaats ze zelf ook vaak, ben er altijd naar op zoek, maar de mijne zijn toch vaak helemaal niet treffend of alleen ik zelf vind ze leuk! ;-(
Maar ik kom in dit boek toch niet veel verder dan deze, over sperma: 'Smerig, waardeloos zaad dat naar een half leeggedronken en daarna achter in de ijskast vergeten flesje yakult ruikt'. Dacht daarbij stiekum: drinkt Koch yakult?! Hij zal toch wel weten, dat dat volksverlakkerij is?!

In dit boek zit je al een stuk sneller op de wetenschap dat de ik-figuur xc3xa9n iemand is in wie je je kunt verplaatsen, xc3xa9n daarnaast ook iemand met wie je je niet wxc3xadlt identificeren. Erg opportunistisch, zo'n geweten, dat helemaal gloreert als het om de benadering van mannen jegens zijn dochter gaat, doch een stuk minder functioneert, als hij zelf zijn lul achterna moet.
Het spanningsveld blijft, en dat is knap. Want het opportunisme is natuurlijk stiekum voor de hele (mannen)mensheid herkenbaar. Maar ik herken er ook simpelweg de mens Koch in, die geheel niet schuwt ook zijn lelijke kanten te gebruiken bij het neerzetten van de ik-figuur. In Het Diner blijf je nog lang denken, dat de ik-figuur 'goed' is en zit de kracht in de omdraaiingen aan het einde. Dat gebeurt hier niet. Eigenlijk is de plotwending (wie is er nu eigenlijk schuldig) lang niet het meest krachtige in Zomerhuis met zwembad. (Ik snap trouwens niet, hoe hij op deze titel komt. Er zijn veel betere titels denkbaar.)
Het meest krachtige zit in alle personages. Je zoekt voor bijna iedereen een herkenpunt. De meest voor de hand liggende is natuurlijk de 'bijrol' van Paul de Leeuw. Die ligt er wel duimendik bovenop. Ik heb bij de acteur onwillekeurig aan Jack Wouterse zitten denken, maar dat komt teveel door het (letterlijk) gewicht. Eerder nog vermoed ik dat een Ko van Dijk in de buurt kan komen, maar ja, die is wel van een heel andere tijd. Of Coen Flinck, ook heel andere tijd. En anders iemand als Rijk de Gooijer?!
Maar een andere eind-veertiger van nu, ik zie 'm zo gauw niet.

Life

Keith richardsDe autobiografie van Keith Richards is 560 pagina's dik. Ik heb me er de afgelopen drie weken helemaal in ondergedompeld. Gewxc3xa9ldige leeservaring! Echt! 
Misschien wel juxc3xadst omdat het boek je zo gemakkelijk heen en weer laat slingeren tussen sympathie en, nee, niet antipathie, dat zeker niet, maar wel: hoe serieus moet je 'm nou nemen?!.. Dat soort gedachten..
Hij gaat zxc3xb3 extreem ver in verbijsterend ver-heen-gedrag, waarbij het stellig blijft gaan om absolute keuzes, juist voor ongehoord drugsgebruik en gevaarzoekerij, dat het soms bijna zelfdestructief lijkt. Maar direct daarna laat hij weer (en telkens) weten, dat de meeste van zijn kameraden in dat gedrag het niet bij kunnen houden, er xc3xa9cht te ver in gaan, waar hij zelf zegt altijd de teugels in handen te kunnen houden. Dat is wel een beetje een tegenstelling in zichzelf: hij beweert dat hij altijd regie heeft gehouden, maar ondertussen heeft hij xc3xa9rg vaak gewoon flink mazzel gehad, zowel v.w.b. de mogelijkheid om aan zijn orgieleven te bezwijken, alsook om domweg jaren in het gevang te verdwijnen.
En dan volgt weer een fantastische beschouwing over de wijze, waarop de muziek hem roert, hoe hij tot composities komt, waardoor hij wordt bexc3xafnvloed, hoe hij zijn gitaar behandelt, welke bijzondere symbiose hij heeft met Jagger, al muziek schrijvend, etc. Dat zijn stukjes die je nxc3xb3g een keer leest. Ongelooflijk begaafd moet die man toch zijn. En het blxc3xadjft een hartsmuzikant. Hoezeer hij ook in Bentleys rijdt en kastelen bewoont: dat zijn eigenlijk juist alleen maar bewijzen voor het feit, dat hij geen moer om geld geeft.
Ook erg mooi is hoe hij zijn bewondering voor zijn eigen helden blijft accentueren. Zelf al tientallen jaren beroemd zijnde, kan hij zich nog steeds heel klein voelen, als hij aandacht krijgen van zijn eigen muziekhelden. Hij blijft zijn roots ook erg trouw: het gaat heel vaak over Chuck Berry en consorten, door het hele boek heen. Je komt maar zelden bands en muzikanten uit de jaren tachtig en negentig tegen. Alleen iemand als Bowie dan; maar voor de rest: het meeste lijkt hem niet te interesseren. Maar wel oude blues- en countrygrootheden van hxc3xa9xc3xa9l vroeger, daar schrijft hij lyrisch over.

Een heel belangrijk ding voor mij was: hoe moeten die geldverslindende megatours van de laatste 20 jaar nou rijmen met z'n oerdrive. Ik heb dat altijd als megalome toestanden bekeken (zelf ook een keer zo'n concert meegemaakt, in De Kuip). En hoe kun je nou 45 jaar lang enthousiast dezelfde nummers blijven spelen? Dat soort zaken. Na het boek te hebben gelezen weet ik: ik moet die dingen nooit meer denken. Het is ontzettend flauw om dat te denken. Dat brengt Richards heel goed over: hij geeft aan, dat het onoverkomelijk is; je moxc3xa9t wel op deze wijze je fans vinden, want anders bereik je ze niet meer (het zijn er teveel). En, nog veel belangrijker: jawel, hij geeft op overtuigende wijze aan, hoezeer het hem zelf ook nog iedere keer bij de keel grijpt om samen (jawel, heel symbiotisch) met de band deze wereldse muziek te maken.

Een rode draad in het boek is natuurlijk ook: de relatie met Mick Jagger. Ook dat is overtuigend in zijn ambivalentie. Hij zegt het ook met een mooie analogie: ze zijn geen vrienden, ze zijn broers. Soms schrijft hij zxc3xb3 zwaar en lelijk over Jagger (waarin je dan meestal goed met hem mee kunt gaan en Jagger een ongelooflijke ijdeltuit gaat vinden), maar hij schrijft ook, wat er gebeurt als ze samen zijn en hoe ze elkaar dan altijd (soms na lange tijd!) weer helemaal kunnen vinden, alleen op het muzikale terrein dan.

Het laatste kwart van het boek is een stuk minder. Op het eind wordt het zelfs beetje liederlijk, als hij gaat uitwijden over allerlei familiezaken en vriendschappen, over hoe hij uit bomen dondert, uit vissen gaat en het ergste is wel het stukje over een safaritocht in Zuid-Afrka.
Aan het einde heb je hxc3xa9xc3xa9l veel gelezen, maar zijn lxc3xa1ng niet al je vragen over de Stones beantwoord. Op sommige 'momenten' in zijn leven gaat hij tientallen bladzijden in en daarnaast lijken soms ook jaren te worden overgeslagen. Maar tegelijkertijd is dat ook wel het mooie. Het is een ontzettend los verhaal. Hij is heus geholpen bij het schrijven van het boek, maar het komt echt over alsof Keith Richards zelf het allemaal over een glas (of een paar flessen!) whiskey heen loopt te vertellen.

De Ordening

De ordening

De boeken van Kees van Beijnum bevallen mij altijd goed. 'De vrouw die alles had', 'Het verboden pad', 'Paradiso' en 'Oesters van Nam Kee' vond ik allemaal mooie boeken. Meeslepende verhalen met meerdere lagen en echte karakters. Zo ook 'De Ordening', dat ik deze week las. Ook dit boek is verfilmd, lees ik. Ken de film niet. Van Beijnum heeft vorig jaar ook een nieuw boek uitgebracht: 'Een soort familie'. Heb ik ook een goeie recensie over gelezen, maar ik ken 't dus nog niet.
De recensies van De Ordening zijn erg enthousiast; in meerdere trof ik dat het zijn beste boek tot dan toe zou zijn (het was zijn 4e, in 1998).

Het verhaal gaat over een 27-jarige net afgestudeerde filosofe (afgestudeerd op 'de moraliteit bij Kant'), Stella, die een nogal in zichzelf gekeerd leven leidt. Ze kan zich eigenlijk nergens aan binden. Hoewel ze niet zielig doet, wijst het allemaal wel op een nogal sneue achtergrond. Ouders en broer zijn ook alleen maar met zichzelf bezig. En om maar niet verliefd te hoeven worden, deelt ze het bed met losers, waar ze geen band mee hoeft op te bouwen.
En dan krijgt ze het aanbod de hele legacy van een oude dame te ordenen. Dat blijkt de bejaarde weduwe van xc3xa9xc3xa9n van 's lands meest beruchte NSB'ers te zijn. Het lijkt allemaal gexc3xabnt te zijn op de weduwe Rost van Tonningen, dus op die realiteit.
Het geheel krijgt thrillerachtige ladingen, als ze er achter komt, dat e.e.a. helemaal niet lijkt te zijn wat het is: de weduwe zou een toegewijd navolger van haar overleden man zijn, maar het blijkt andersom: haar man heeft vooral hxc3xa1xc3xa1r gevolgd tot de grootst denkbare wandaden; hij pleegde ook zelfmoord in plaats van dat hij werd vermoord, want de weduwe stellig bleef beweren. Als 'de ordening' van het hele archief af is, wordt de weduwe duidelijk, dat haar herinneringen een eigen leven zijn gaan leiden, dat het archief niet meer conform haar beleving is en dan wordt alles verbrand.
Ondertussen is de kleinzoon van haar voormalige geliefde in het spel; wordt Stella verliefd op hem. De apotheose komt er bij een rit in de door de kleinzoon opgeknapte Bentley naar Zwitserland, waar ze naar nog een ander stukje legacy van de weduwe gaan kijken: in een kluis ligt daar nog een tijdens de oorlog gestolen schilderij. De kleinzoon blijkt het feitelijk daarop gemunt te hebben..

Stella komt er nooit meer exact achter, hoe het nu precies zat met de motieven van de kleinzoon. Op het einde van het boek denkt ze hem weer te treffen, maar vlak voordat ze zover komt, eindigt het verhaal. Die symboliek ontging me een beetje.
Het 'spannende' gedeelte van het verhaal drong niet echt goed bij me binnen. De karakter- en relatieontwikkeling winnen het, wat mij betreft, daarvan. De sfeerbeschrijvingen in de oude villa bij de weduwe, terwijl ze met haar werk bezig was, die raakten me het meest. Dat gaat gepaard met veel beschouwingen.

De mooiste frase in het boek vond ik deze:
"Je wilt met rust gelaten worden."
"Nee, dat is het niet. Het irriteert me alleen als je merkt dat ze iets van je verwachten. Bijvoorbeeld dat je dingen doet waar je geen zin in hebt, enkel en alleen omdat zij dat ook doen." Bijna voegde ik daaraan toe: "Ik wil niet eens dingen doen, die ik wxc3xa9l leuk vind, laat staan akelige dingen", maar slikte die woorden, bang dat ze haar schrik zouden aanjagen, weer in. Achteraf bekeken had ik het misschien wel moeten zeggen. Misschien wordt alles veel duidelijker als we juist zeggen wat we alleen maar durven denken en in stilte denken wat we zeggen.

Uit deze tekst komt het sterkst de onthechtheid van Stella naar voren. Deze dingen maken haar tot een intrigerende personage. Later komt txc3xb3ch de overgave aan de afhankelijkheid van verliefdheid naar haar toe. Mooi om te zien, dat ze uiteindelijk, als het haar toch vooral pijn heeft gebracht, de winst ervan centraal stelt. Er zijn nog krachten, die zich tegen de onthechting teweer stellen.

Solitaire

Solitaire

Na 'Het Zandkasteel' en 'De Afrikaanse Weg' heb ik nu ook 'Solitaire' van Ton van der Lee gelezen. De eerdere boeken zijn van latere jaren dat Solitaire. Van der Lee bracht twee jaren door in de Namib-woestijn in Namibixc3xab, gedurende de 2e helft van de 90'er jaren. Hij was het drukke leven als filmproducer zat en wilde terug naar de (of zijn) natuur. Indrukwekkend hoe hij dat toen heeft aangepakt: eerst een paar jaar naar Namibixc3xab; daarna maar liefst 7 jaren naar Mali. En tussendoor en daarna veel lange reizen door heel Afrika. Over Mali gaat Het Zandkasteel, over een lange reis van het zuiden naar het noorden van Afrika gaat De Afrikaanse Weg. En over Namibixc3xab gaat Solitaire; nu net uitgelezen.
Hij is nog redelijk 'groen' v.w.b. het reizen, als hij in Namibixc3xab aankomt. In Solitaire, dat zelfs op grote kaarten staat, zijn slechts drie vervallen huizen aanwezig, en een pompstation. De drie mensen die er leven zijn xc3xa9xc3xa9n met de natuur en met een heel rustig leven (eufemisme). Van der Lee valt voor de natuur en het totale tegenwicht tegen zijn antwoordzoekerij op zijn eigen te grote drukte. Hij valt helemaal voor de woestijn en brengt dat prachtig over in het boek. Hij lijkt echt in staat om daarin geweldig ver te gaan. Want lezend denk je wel bij jezelf: mijn god, hij moet het wel hxc3xa9xc3xa9l erg bont hebben gemaakt met z'n jetsetleven als filmproducer, want dit "antwoord daarop" is wel heel zwaar! Er is daar he-le-maal niets! Dit moet wel hele zware therapie zijn.
Al schrijvend zixc3xa9 je hem trouwens deze lezersgedachten al van te voren pareren: hij verantwoordt vaak hoe hij zich voelt en hoe hij bezig is met de verwerking van het leven, dat hij verlaten heeft. En nog mxc3xa9xc3xa9r merk je het, wanneer hij de 'vakantie'-reiziger beschrijft, zoals ze in Solitaire langskomen: hij maakt van deze globe-trekkers ware Lloret de Mar-klonen, maar dan in een beetje een andere grootheid.
Van der Lee denkt de mensen van Solitaire wat te helpen door het aanbod aan de doortrekkende reizigers uit te breiden: een restaurantje er bij, een kleine camping… En wat gebeurt: het komt in de Lonely Planet en binnen de kortste keren wordt Solitaire overlopen door toeristen en gaan de uitbaters ruzie maken over geld. Weg idylle!
Na twee jaar wordt van der Lee zelf door de eigenaars van het terrein gejaagd. In 'De Afrikaanse Weg' komt hij er, acht jaar later, weer langs. Voor het eerst sinds acht jaar. En daar beschrijft hij de verwording van Solitaire. Dan, in 2008, geeft hij Solitaire nog enige jaren, want daarna is het water op en is de woestijn verpest.
Zou het echt zxc3xb3 snel gaan?, vraag ik me af.

Los van alles (ik moet van der Lee toch maar eens mailen om nog wat van deze vragen directer te stellen) geldt: ik wil al zijn Afrika-boeken lezen. Het raakt met erg. Afrika doet me meer dan Azixc3xab of Amerika. En dat is maar een voor-indruk, want wat weet ik er nou van? Maar het komt wel deels ook door van der Lee, die dat bij me losmaakt.

Staal

Staal Halverwege de roman Staal van Sylvia Avallone dacht ik: hmm, nog 175 bladzijden. Daxe2x80x99s geen goed teken. xc3x89cht geraakt werd ik niet door het verhaal. Halverwege niet en ook daarna niet. Het boek is een enorme literatuur-hit in Italixc3xab en ook hier allemaal aanbevelingen: 'houd je van Ammaniti, dan moet je dit ook lezen'. Dat vind ik echt flauwekul. De enige overeenkomst tussen Ammaniti en Avallone is, dat het Italiaanse romans zijn. Ammaniti is een man, een sardonische man, die houdt van fantastische verhalen. Avallone, een jonge vrouw, lijkt iets biografisch tot roman te hebben omgevormd. Hier gaat het om puur en redelijk hard realisme: een beeld van het leven van jeugd in de Italiaanse arbeidersstad Piombino, waar Elba tegenover ligt.

De schrijfstijl van Avallone vind ik niet mooi. Het is rommelig, weinig gecomponeerd, intuxc3xaftief geschreven. Als een jamsessie, zo lijkt het soms. Ik heb geen enkele zin twee keer gelezen. Waarschijnlijk vinden anderen dat rommelige juist een kwaliteit. Vond ik niet. Het verhaal is redelijk overtuigend, is als een documentaire. Het leven van twee meisjes wordt gevolgd. Ze zijn erg mooi en erg gewild door alle jongens, maar ze zijn eigenlijk vooral gek op elkaar. De ene is echt lesbisch en gaat door het diepst denkbare dal, wanneer de andere het met een jongen aanlegt. Dan is er de totale verwijdering.
Ondertussen bepalen de broer van de ene en de twee moeders en vaders van beide de omgeving van de puberteit van de meisjes. Dat zijn trieste verhalen vol traumaverwekkers bij deze pubermeiden. Het hele boek door ben ik me af blijven vragen, hoe het nu precies zit met Piombino. Enerzijds wordt de sfeer gecrexc3xaberd van zwarte fabrieksstad met woonkazernes en verschrikkelijke sociale tragiek. Anderzijds stapt de hele jeugd een half jaar per jaar met handdoek over de schouders het strand op om de bloemetjes buiten te zetten. En aan de overkant ligt Elba, dat tegelijkertijd en totaal andere wereld blijft. Pas op de laatste bladzijde, waarin een onliterair happy end, gaan de meisjes voor het eerst van hun leven naar Elba. Dan ineens wordt ook letterlijk even heel gemakkelijk gedaan hierover: ga lekker naar het eiland en vanavond voor het eten ben je weer thuis. Dat Elba ook juist staat voor het onbereikbare, dat komt op mij niet overtuigend over.
Ik vrees dat ik dit boek over een jaar vergeten ben. De schrijfster (jonge knappe dame met graad in filosofie) en ook het boek, beide lijken me meer hype dan blijvertje.

De Afrikaanse Weg

Afrikaanse weg

De schrijver/reiziger Ton van der Lee leerde ik kennen door het lezen van zijn boek over zijn periode in Djennxc3xa9, Mali (Het Zandkasteel), waar hij een lemen huis bouwde en vijf jaar woonde. Hij is er uiteindelijk weer weggegaan, omdat de malaria hem er bijna onder kreeg.
Maar dat hij nog steeds zoekt naar zijn Afrikaanse basis, dat wordt ook duidelijk uit het boek dat hij drie jaar geleden schreef, nxc3xa1 zijn Mali-periode dus, over zijn reis van het zuidelijkste naar het noordelijkste puntje van Afrikan, van Zuid-Afrika naar Egypte. In het boek is het terugkerend thema: het zoeken naar wat goed is voor de toekomst van Afrika: wat moet er gebeuren met het continent? Deze vraag staat dan vooral in het licht van de constatering, dat het xc3xa9rg slecht gaat met Afrika. Armoede, uitbuiting, AIDS, neo-kolonialisme, etc. etc, maar voor alles ook de blijvende verwondering over de psychologische tweespalt, die uitgedrukt wordt in de mantra, die door de Afrikanen zelf wordt gehanteerd: 'de vijand van Afrika, dat zijn de Afrikanen'.
En toch geldt: hoezeer ook geldt, dat Afrikanen allemaal zeggen, dat ze naar Europa willen, dat Europa staat voor 'beschaving', toch geldt dat 'het westen' er meer onheil dan heil heeft gebracht en ook, dat er ook altijd een ondertoon is van…: 'wij' Afrikanen zullen ook nooit 'zoals jullie' WILLEN zijn. Het wezen van de Afrikaan, dat hij dichter bij het leven staat, dat proef je er altijd weer uit. Ik zie het geleidelijk als het inherente minderwaardigheidscomplex van de westerling: met de nadruk op de rationaliteit die voorwaardelijk is voor wat we allemaal (ook de Afrikanen) 'de vooruitgang' noemen, is nadrukkelijk een diepte-dimensie verloren gegaan. Wij westerlingen herkennen die diepte-dimensies dan weer in de oosterse en in de Afrikaanse culturen. Daar is men dichter bij de essentie gebleven.
Kouwe grond-psychologie.

Ton van der Lee komt er uiteindelijk ook niet uit. Vraagt zich aan het einde af, wat of wie hij nou eigenlijk najaagt. De bespiegeling is dan ook wat tragisch. Het lijkt erop, dat hij inmiddels teveel ontheemd is om nog in het westen te wortelen en tegelijkertijd weet, dat hij geen Afrikaan is en ooit zal worden. Het boek staat trouwens ook barstensvol hemeltergende toestanden, die als je niet oppast voer blijven voor het meest gruwelijke cynisme. Houd maar op met ontwikkelingssamenwerking, want xc3xa1lles mislukt. Een Engelsman in Namibixc3xab levert een exemplarische beschrijving (blz. 73). "Hij vertelt over een Engelse jeugdvriend die veearts werd en in de jaren negentig naar Oeganda ging. Hij zette in een plattelandsdistrict ten noorden van Kampala een grootscheeps vaccinatieprogramma op voor koeien. Het programma werkte, de sterfte onder het vee nam enorm af en iedereen was blij. Meer vlees, meer geld, meer eten voor iedereen. Het gevolg was dat de bevolking van het district snel groeide. Er was meer hout nodig om het eten in de dorpen klaar te maken, er ontstond ontbossing en tegelijkertijd nam de bodemerosie sterk toe door overbegrazing. Het gevolg was sterfte van het vee, mislukte oogsten, een hoge kindersterfte en tien jaar later was het district er slechter aan toe dan voorheen. De vriend vertrok ontgoocheld naar Engeland."
En dan is dit een voorbeeld, waar de dimensie van corruptie en eigenbelang totaal ontbreekt. Meestal is er ook nog sprake van al-te-menselijke toestanden van egoxc3xafsme, machtsmisbruik etc. etc.